Ging het vorige item nog over overleven in Jakarta. In dit artikel neem ik jullie mee naar de plek in Jakarta-Zuid waar Pondok Pelangi (het ‘Regenbooghuisje’) ligt. Pondok Pelangi is de plek waar ik, zoals vele andere geadopteerde kinderen uit Indonesië, werd opgevangen voordat ik naar Nederland vertrok. Het ligt in een buurt waar op slechts een paar vierkante kilometer de tegenstellingen in de leefomstandigheden van de inwoners enorm zijn.
Terwijl ik dit artikel schreef, heb ik eerlijk gezegd wel een traantje gelaten. Ik hoop maar dat het niet al te veel is opgevallen tussen de andere gasten van , een klein maar gezellig drukke vestiging van Sejiwa Coffee in de buurt van Blok M. De zaak maakt deel uit van een verzameling eigentijdse eetgelegenheden: erg Instagrammable, maar gelukkig niet duur. Je vindt er in hetzelfde complex ook de Lucy Beer Mart en een uitstekend Vietnamees restaurant. De koffie bij Sejiwa d wordt met zichtbare liefde geserveerd, al is de drukte op vrijdagmiddag niet bepaald bevorderlijk voor de rust. Voor wie simpelweg een goede bak koffie zoekt, en een rustig hoekje om een emotioneel stukje te typen, kun je net zo goed naar Atlas Coffee by Kedai Dari Seberang (niet de meest handige naam als je online gevonden wilt worden). Of loop een paar blokken verderop naar Brew This Way, een knotsgekke, minimalistisch ingerichte tent. Hun ‘Bold Brew No. 22’ is een aanrader, al moet je er wel tegen kunnen dat je er direct van gaat stuiteren.
De dertigjarige zoektocht naar een dossier
Sinds mijn twaalfde levensjaar ben ik op zoek naar mijn biologische familie. Die speurtocht begon met een speciaal rootsverzoek aan Stichting Wereldkinderen, de instantie via wie ik ook ben geadopteerd. Achteraf weet ik dat de adoptiepapieren in orde waren, maar bijna dertig jaar lang had ik het probleem dat alle gegevens over mijn moeder zorgvuldig werden afgeschermd door de instantie die de gegevens bewaarde. Het moet een wisseling van de wacht zijn geweest, en de verjaring van mijn dossier, waardoor deze gegevens op mijn veertigste plotseling wel beschikbaar kwamen. In die dertigjarige zoektocht probeerde ik, bij gebrek aan iets concreets, herkenning te vinden in de mensen en de cultuur van Indonesië. Ook ben ik veel waarde gaan hechten aan de plekken waar mijn moeder geweest zou kunnen zijn in Jakarta. Tijdens mijn reizen bezocht ik deze locaties vaak, in de hoop ook maar iets van een gevoel te krijgen bij haar lot. De informatie over deze plekken heb ik van mijn Nederlandse ouders; toen zij mij in 1979 ophaalden uit Jakarta, was dat voor hen de grootste reis van hun leven. Hun herinneringen en beschrijvingen komen sinds mijn jeugd in mijn dromen voor.
Herinneringen in een dromerige jaren 70-stemming
De verbeelding over deze plekken werd versterkt doordat mijn vader grote delen van de reis heeft gefilmd. Als ik mijn ogen sluit, zie ik de beelden van de plekken waar ik tijdens mijn zoektocht waarde aan ben gaan hechten nog steeds voor me, in een dromerige jaren 70-stemming: het Carolus-ziekenhuis waar ik geboren ben, het klooster van Yayasan Gembala Baik waar mijn moeder heeft gewoond tijdens haar zwangerschap, en ook het weeshuis waar ik de eerste maanden verbleef als baby: Pondok Pelangi.
Sinds ik mijn moeder heb gevonden in 2019 zijn de emoties rond die plekken helaas een beetje verdwenen, wat ergens ook wel logisch is. Ik heb het klooster dan ook niet meer bezocht sinds ik in Indonesië woon. Voor mijn moeder moet het verblijf in dit klooster trouwens niet zo prettig zijn geweest; ze was verbannen door haar familie en leefde constant met de angst of ze wel weer geaccepteerd zou worden als de adoptie eenmaal achter de rug was. Nog steeds is niet alles duidelijk en bestaan er verschillende versies van haar verhaal. Wanneer alle informatie boven water is, vertel ik jullie hier misschien meer over.
Dapperheid tussen muren en hekken
Ik vind het een dappere stap van mijn moeder om als moslima haar lot volledig in handen te leggen van Ierse nonnen. Zij waren in die tijd nog bijna de enige vrouwen met sluiers in Indonesië. Ik vraag me vaak af hoe het dagelijks leven daar is geweest. Hoewel het klooster een vredige uitstraling heeft met veel mooie plantjes, moet het als een gevangenis hebben aangevoeld, omdat het complex volledig is afgesloten en omringd met muren en hekken. Het klooster fungeert nu nog steeds als een ‘Blijf-van-mijn-lijf’-huis voor vrouwen en hun kinderen.
In 2019 ben ik met mijn moeder teruggegaan om te proberen alles een plek te geven; ik hoop dat ik haar hiermee heb geholpen. Het Carolus-ziekenhuis is nog steeds een ziekenhuis , sterker nog, het is het beste ziekenhuis van Jakarta. Op de plek van de kraamafdeling is nu echter een foodcourt. Voor mijn moeder moet het destijds vooral een traumatische ervaring zijn geweest: een bevalling zonder steun van dierbaren, waarbij ze mij niet eens heeft kunnen zien. Op de plek waar de kraamkamer was, zit nu een dimsum-restaurant.
Een herinnering vanaf de 44e verdieping
Pondok Pelangi was ik eigenlijk al bijna vergeten, tot het moment dat ik een afspraak had in een kantoor aan de Jalan Gatot Subroto. Dit is een belangrijke verkeersader in Jakarta met kantoren van grote internationale bedrijven en overheidsgebouwen. Ik was daar bij een klant om een consultancy-opdracht binnen te halen en toen ik tijdens de vergadering op de 44e verdieping uit het raam keek, schoot plotseling een beeld door mijn hoofd uit de jaren 70-film van mijn vader: een wandeltocht die mijn ouders met mij maakten door de straten rond Pondok Pelangi.
Tijdens een korte pauze stuurde ik mijn Nederlandse moeder een bericht om achter de straatnaam te komen, want die was ik vergeten. Gelukkig kende mijn moeder het adres nog uit het hoofd: Jalan Kebalen 5 No. 32. 44 Jaar geleden moesten mijn ouders, bij het ontbreken van Google Maps, de complete route van het gastgezin (de familie Pieters) naar het weeshuis immers uit hun hoofd leren. En inderdaad: Pondok Pelangi lag in de schaduw van het kantoorgebouw waar ik op dat moment was.
De Kebalen-buurt en de nabijgelegen Poncol
Jalan Kebalen 5 is een van de zes straten in de buurt die dezelfde naam dragen; deze straten lopen parallel aan elkaar. De Kebalen-buurt is een nette buurt met veel groen en grote huizen waar ogenschijnlijk geen armoede heerst. Dat kan niet gezegd worden van de buurt die in westelijke richting naar de Jalan Gatot Subroto ligt: de Poncol-buurt. Ook dit is een buurt met zes parallelle straatjes, maar met een totaal andere sfeer. De huizen zijn er kleiner en staan veel dichter op elkaar. Deze buurt heeft bovendien de pech ingesloten te zijn door twee rivieren. Overstromingen zijn een bekend probleem in Jakarta en aan de schade te zien wordt deze buurt bij hevige regenval niet gespaard. Het is er smerig en lijkt een stuk armoediger. Een warung uit deze buurt werd overigens bekend op Instagram vanwege een handige verbinding om lunch door te geven aan de kantoorgebouwen aan de overkant van de rivier. Alle wegen leiden naar eten in Indonesië.
Senopati en de lokroep van Jakarta
Aan de noordoostkant van de Kebalen-buurt ligt het Senopati-gebied, genoemd naar de Jalan Senopati. In dit gebied vind je de duurste en meest exotische restaurants van Jakarta, zoals een Baskisch tapasrestaurant en een Italiaanse osteria. Van het geld dat ik betaalde voor de Bistecca bij Nona Bona in de Ashta 8 Mall, kan mijn Indonesische moeder in Rangkasbitung een maand leven.
Hoewel ik dit artikel schrijf vanuit After-One, een koffiebar in Kuala Lumpur op nog geen kilometer van de Petronas Towers, wacht ik hier eigenlijk op mijn vliegtuig terug naar Jakarta na een sollicitatiegesprek. Ik denk niet dat ik hier in Maleisië wil werken, want ik heb een te sterke voorkeur voor Jakarta. Ondanks het feit dat iedereen hier Engels praat, het schoner en georganiseerder is, het eten gezonder is en de woonkosten niet veel verschillen, zou ik de ongebreidelde chaos en het karakter van de Indonesiërs te veel gaan missen. “Een Maleisiër is een Indonesiër die niet lacht,” dat zegt genoeg. De menukaart van After-One is overigens fantastisch — de taco’s met gemarineerde shiitakes klopten aan alle kanten — maar de plek zit helaas vol met luidruchtige, opgepompte Russen.
Klassieke muziek en nieuwe rijkdom
Terug in het Russenvrije Senopati-gebied: aan de Jalan Kertanegara ligt een klein concertgebouw annex muziekstudio waar klassieke muziek wordt opgevoerd. Ik heb hier een recital bijgewoond van Caitlin Wiranta, een getalenteerde pianiste van eigen bodem. Ze speelde strak en met veel overtuiging werk van Liszt, Rachmaninoff, Chopin en Bach.
In het gemêleerde publiek waren veel rijke mensen aanwezig. Nieuwe rijken zijn in Indonesië goed te onderscheiden van oude rijken: de nieuwe rijken hangen zichzelf vol met potsierlijke fashionstatements en opzichtige designertassen, terwijl je de oude rijken pas herkent als ze na afloop in een Rolls-Royce stappen. Wie een klassiek concert wil bijwonen, moet overigens goed zoeken; er is in Jakarta geen centrale concertagenda en de websites van organisatoren zijn vaak tenenkrommend slecht.
Politieke passie en de volgorde van prioriteiten
Vanaf Senopati richting Blok S kom je bij een voetbalveld. Hier was ik ooit getuige van hoe honderden leden van de PDI-P, de partij van Megawati, dochter van Soekarno, aan het repeteren waren voor hun 50ste jubileum. Het was een kolkende massa van lachende dames in rood en zwart die op commando vlaggen opstaken. De regisseur had door de piepende speakers veel moeite om boven de gezelligheid uit te komen. In Indonesië gaat gezelligheid immers boven orde. Of eigenlijk moet ik dat corrigeren: aan de rand van het veld werden snacks verkocht, dus in Indonesië gaat eten boven gezelligheid, en daarna komt pas de orde.
De vliegeraars van Kali Krukut
Na het voetbalveld steek je de Jalan Senayan over en kom je in het Kebalen-gebied, de buurt waar Pondok Pelangi ligt. In veertig jaar lijkt hier niet veel veranderd; het ziet er nog net zo uit als in het filmpje van mijn vader. De smalle wegen lopen naar het oosten omhoog en zijn door hoge drempels bewust onbegaanbaar gemaakt voor zwaar verkeer, waardoor de buurt lekker rustig is. Na negen uur ’s avonds gaat de poort dicht en kun je er alleen nog te voet in. Aan de rand van de buurt loopt de Kali (rivier) Krukut. Door de thermiek laten veel kinderen hier hun zelfgemaakte papieren vliegertjes op. Het is een van de meest aandoenlijke schouwspelen in Indonesië: wie komt het hoogst of wie haalt de ander uit de lucht? In de klungel die voor mij een vlieger oplaat, herken ik veel van mezelf. Hij is te eigenwijs om te kijken hoe anderen het doen, zijn patroon is half afgemaakt en hij lijkt geen echt strijdplan te hebben. Zijn jongere zusje geeft hem aanwijzingen, maar uiteindelijk laat hij het touw glippen en belandt de vlieger in het water. Zij kijkt geïrriteerd weg, terwijl hij dromerig blijft kijken. Schijn bedriegt trouwens: hoewel ze niet meer nodig lijken te hebben om zich te vermaken, wachten YouTube en TikTok gewoon in de broekzak.
Het huidige Pondok Pelangi
Pondok Pelangi ligt niet ver van de rivier. Ik ben er in 1995 geweest met mijn ouders en in 2003 een keer alleen. Het oorspronkelijke gebouw is inmiddels vervangen door een modern woonhuis dat door de eigenaren vol is gehangen met plantjes. Tijdens mijn bezoek waren de eigenaren niet thuis, maar een buurman van rond de vijftig herinnerde zich de tijd van de adopties nog goed. “Net een babyfabriek,” grapt hij, “alsof je een Tesla komt afhalen bij de fabriek.” Wat zou het geweldig zijn om ooit het huis op nummer 32 te kopen en in oude staat te herstellen. Ik zou er een klein museumpje van maken om aandacht te geven aan het leed door de wantoestanden rond adoptie en om informatie te verzamelen voor hen die nog op zoek zijn. Daarnaast zou ik graag voorlichting geven aan de huidige generatie Indonesische vrouwen die hun geluk over de grens willen beproeven.
Reflectie op adoptie en identiteit
In mijn vorige blogs heb je nog niet veel kunnen lezen over hoe ik nu over adoptie denk. Vind ik het wel goed om een kind uit een andere cultuur en omgeving te plaatsen? Ik heb daar een dubbel gevoel bij. Ik heb liefdevolle ouders en een mooie carrière in Nederland, maar nu ik langer in Indonesië verblijf, denk ik dat ik me hier ook prima had gered. Het leven zou zwaar zijn geweest, maar wel zonder de meedogenloze confrontatie met racisme en de diepe identiteitsworsteling die daaruit voortkwam. Ik denk dat het voor Nederlandse ouders lastig is om die situaties van racisme te herkennen, en ik weet niet of zij daar destijds genoeg op zijn voorbereid. Het heeft me gevormd: ik ben hier en daar wantrouwig en heb vaak het gevoel dat ik problemen alleen zelf kan oplossen. Vergeef me deze negatieve ondertoon, maar het hoort bij mijn verhaal over deze buurt.
Ik hoop dat iedereen die vanuit deze plek naar zijn of haar adoptiebestemming is vertrokken, het goed heeft. Ondanks dat de nostalgie een beetje vervlogen is, blijft Pondok Pelangi speciaal voor mij. Ik heb er vele lotgenoten ontmoet, waaronder zelfs de moeder van mijn dochter! Voor diegenen die voor het eerst terugkeren naar Indonesië en een wandeling maken langs deze emotionele plaatsen: doe het in je eentje. Jouw entourage trekt misschien aandacht die je niet nodig hebt om de beste indruk van deze plekken te krijgen. Geef jezelf een uurtje om de omgeving in je op te nemen en vergeet niet het liedje City of Stars op te zetten.
In het volgende artikel keren we terug naar Rangkasbitung. Na een jaar van lief en leed te met ze te hebben gedeeld, heb ik inmiddels een aardig beeld gekregen van mijn biologische familie: een typische Soendanese familie, met al hun eigenaardigheden en ongeschreven wetten. Ik neem je mee in de dynamiek van een familie waar gastvrijheid en een eeuwige glimlach de norm zijn, maar waar tussen de regels door ook veel onuitgesproken blijft. Hoe navigeer je als ‘verhollandste’ zoon door de fijngevoelige tradities van het Soendanese volk? Hoe ga je om met de cultuur, waar harmonie heilig is maar de hiërarchie binnen de familie rotsvast staat?

