Mijn vorige artikel beschreef ik het reilen en zeilen in Rangkasbitung: een misschien wel wat ingedutte provinciestad in Banten, diep in het westen van Java. Waar de tijd daar traag door de stoffige straten sijpelt en de rust bijna tastbaar is, gooi ik het in dit verslag over een heel andere boeg. Dit artikel gaat over hoe ik voet aan wal probeer te krijgen in de bruisende, overweldigende metropool die Jakarta heet. Het is de overgang van de verstilde rijstvelden naar een jungle van beton, glas en eindeloze verkeersstromen. Jakarta is een stad die nooit slaapt, die je tegelijkertijd kan verstikken en kan betoveren, en waar elke dag een logistiek en mentaal avontuur is. Ik neem je mee in mijn zoektocht naar een eigen plek en een nieuw ritme in het kloppende, chaotische hart van Indonesië.
Levant
Dit artikel schrijf ik vanuit Levant, een Franse bakker in de wijk Cipete in Jakarta Zuid. In Cipete zijn vele leuke eetgelegenheden en koffietentjes. Levant trekt veel Franse expats, maar het menu is wel een beetje aangepast aan het zoet kauwende Indonesische publiek. Het is 1 van de enige plekken met echte Franse brie. Die wordt via-via geïmporteerd uit Singapore en de prijs liegt er daarom niet om. Omgerekend kosten een broodje brie met een magische uiencompote 7 euro. Dat is een bedrag waar mijn moeder bijna 2 weken van kan eten (als ze slim boodschappen zou doen). Een ongewoon hoge kostenpost. Soms mis ik echt vers brood en echte kaas en wil ik hiervoor graag het financiële offer maken. Met welke kosten moet je verder rekening houden wil je verhuizen naar Jakarta en wat moet je regelen om een je dagelijks leven op te starten in Jakarta?
Appartement huren in Jakarta: Tips en kosten
De eerste prioriteit bij een verhuizing naar Jakarta is een veilige uitvalsbasis met fatsoenlijke voorzieningen om thuis te kunnen werken. Voor 300 euro per maand kom je al een heel eind; in een goede wijk heb je daarvoor een gemeubileerde studio met airco, een badkamer en een keukentje. Voor een vrijgezel is dat eigenlijk prima, maar ik heb mijn budget wat opgerekt voor een extra slaapkamer voor gasten en een aparte werkkamer. Vanuit Nederland kun je je oriënteren via Facebook-groepen of apps zoals Travelio en Rumah 123. Mijn advies: gebruik die apps vooral om een gevoel voor de richting en prijzen te krijgen, maar wees huiverig om er direct een contract af te sluiten. Je wordt namelijk geconfronteerd met een leger aan tussenpersonen die commissies opstrijken en vragen om forse borgsommen die, als je geluk hebt, pas maanden na je vertrek weer eens op je reke
Foute Makelaars
Mijn ervaringen met de Indonesische vastgoedwereld is niet onverdeeld positief. Naast een leger aan louche tussenpersonen, lijden veel makelaars aan een stuitende vorm van hooghartigheid, zeker in het segment waar de huurprijzen de lokale jaarinkomens overstijgen. Ze gedragen zich vaak als een doorbitch bij een overschatte Amsterdamse nachtclub. Neem hun ‘dressed for success’-stijl. Het is een fascinerende vertoning van uiterlijk vertoon die de plank volledig misslaat. Ze verschijnen bij een bezichtiging in glimmende, net iets te krappe pakken van synthetische stoffen. Gecombineerd met puntige nepslederen schoenen die vervaarlijk klikken op de marmeren vloeren en een horloge dat vanaf drie meter afstand schreeuwt dat het in een achterafstraatje in Mangga Dua is gekocht, stralen ze een soort dertierangs maffia-esthetiek uit. Die arrogantie zie je terug in hun houding. Als je vraagt naar een vochtplek op het plafond of een airco die klinkt als een opstijgende Boeing, kijken ze je aan met een blik van: ‘Als je dit moet vragen, hoor je hier waarschijnlijk niet thuis.’ Ik heb meegemaakt dat een makelaar demonstratief op zijn telefoon bleef scrollen terwijl ik de keuken inspecteerde, om me vervolgens te vertellen dat er ‘nog vijf andere kandidaten’ waren die de vraagprijs al hadden geaccepteerd. Het is een doorzichtig machtsspelletje. Ze proberen je het gevoel te geven dat zíj jou een gunst verlenen door je hun tijd te schenken, terwijl ze ondertussen hopen dat je de schimmel onder het verse laagje latex niet opmerkt.
Makelaars in Jakarta hebben hun script tot in de puntjes ingestudeerd: ze zullen je met een stalen gezicht beweren dat er een enorme schaarste heerst en dat er ‘meerdere kandidaten’ in de rij staan voor dat ene appartement. In dat opzicht verschillen ze weinig van hun collega’s in Nederland; het doet me denken aan de Amsterdamse markt, waar figuren als Prins Bernhard Junior de prijzen kunstmatig opdrijven. In Jakarta zie je echter een vergelijkbaar mechanisme, maar dan met een andere dynamiek. De waarheid is dat er bij een budget van rond de 750 euro per maand, een kapitaal naar lokale begrippe, absoluut geen sprake is van schaarste. Er zijn simpelweg te weinig mensen die dergelijke bedragen kunnen ophoesten, waardoor de woontorens voor een aanzienlijk deel leegstaan. Hoewel het in Indonesië de standaard is om de huur voor een heel jaar vooraf ‘af te tikken’, geeft die structurele leegstand je een sterke onderhandelingspositie. Als je de bluf van de makelaar durft te pareren, kun je vaak afdwingen om gewoon per maand te betalen.
Zelf regelen
Voor veel expats wordt een woning geregeld en zij hoeven zich niet al te veel zorgen te maken over hun huisvesting. Ik heb alles zelf moeten regelen, maar dat is ook wel een goede leerschool. Regel je alles via tussenpersonen, dan ben je veel duurder uit. Van het onderhandelen over de huurprijs (je krijgt er ongeveer 20% tot 25% vanaf) tot aan het aansluiten van wifi, gas, water en elektriciteit: het kan allemaal in het Engels, dus ik heb dat allemaal zelf gedaan. Nog een tip: zoek via websites of via Facebook waar veel appartementen beschikbaar zijn en regel een bezichtiging. Maar vraag bij de receptie van grote complexen naar de marketingafdeling. Via die afdeling kun je vaak huurdeals via de directe eigenaren regelen, zonder tussenkomst van een makelaar
Tips
Tips van Indonesische vrienden
Natuurlijk kun je bij het vinden van een woning rekenen op de ongevraagde adviezen van je Indonesische vrienden, maar neem die met een korreltje zout. Je loopt namelijk al snel tegen een fundamenteel verschil in woonbeleving aan. Waar een Indonesiër vooral kijkt naar de nabijheid van familie, de moskee of een specifieke warung, heb je als Europeaan vaak heel andere, specifieke behoeften die zij simpelweg niet op de radar hebben
Wij zoeken naar zoiets basaals als daglicht, goede isolatie tegen het straatlawaai of een badkamer waar niet alles direct onder water staat als je de douche aanzet. Wat voor hen een sfeervol ingericht huis is, ervaar ik vaak als een claustrofobische verzameling tierelantijnen zonder enige logica en slechte smaak. Je kunt hun hulp dus beter beschouwen als een sociaal ritueel dan als een praktisch aankoopadvies; de uiteindelijke beslissing moet je echt op je eigen, nuchtere kompas nemen. Het is een hartverwarmend, maar soms ook komisch lokaal fenomeen: zodra je zelf je plekje hebt gevonden, blijken je Indonesische vrienden ineens over een grenzeloos netwerk te beschikken. Met de beste bedoelingen hoor je dan achteraf dat zij het via-via ‘nóg beter en goedkoper’ voor je hadden kunnen regelen. Je moet dit niet zien als kritiek op jouw keuze, maar eerder als een uiting van hun enorme gunfactor. In de Indonesische cultuur is het een sociaal automatisme om te willen helpen; ze gunnen je simpelweg het allerbeste en willen laten zien dat ze voor je klaarstaan.
Momenteel woon ik in Kemang, een typische expatwijk in Zuid-Jakarta vol statige villa’s en hippe hotspots. Mijn eigen uitvalsbasis is een appartementencomplex uit de jaren tachtig; relatief kleinschalig, maar met de service en beveiliging zit het wel snor. Hoewel de jaren op sommige plekken zichtbaar aan het gebouw knagen, worden de openbare ruimtes keurig onderhouden. Voor ongeveer 600 euro heb ik hier een ruim, volledig gemeubileerd appartement van 80 m² met twee slaapkamers. Ik prijs mezelf gelukkig dat de inrichting zowaar minimalistisch is, want ik kan me meestal maar moeilijk vinden in de smaak van de gemiddelde Indonesische binnenhuisarchitect, dat mondt vaak uit in een bonte verzameling van ‘alles net niet’. Ik zou daar eens een apart artikel over moeten schrijven
Buiten de muren van mijn woning heb ik de beschikking over een tuin in Balinese stijl, een tennisbaan en een zwembad. Dat zwembad heb ik vaak voor mezelf alleen; een luxe die ik waarschijnlijk te danken heb aan de lokale afkeer van de brandende middagzon. Toch zie ik dit niet als mijn eindstation. Naarmate ik de ongeschreven regels van de Jakartaanse woningmarkt beter onder de knie krijg, trek ik wellicht verder de stad in, weg van de expat-bubbel en meer tussen de ‘echte’ Indonesiërs. Mijn droom is om ooit in een Ruko te wonen, misschien richting het centrum of in het rauwe Jakarta Noord. Een Ruko (een afkorting van Rumah Toko, oftewel huis-winkel) is zo’n typisch multifunctioneel gebouw met een commerciële ruimte beneden en een zee aan woonruimte erboven. Het idee om een industrieel pakhuis of een grote open ruimte naar eigen inzicht te verbouwen, lijkt me de ultieme manier om echt wortel te schieten in deze stad.
De beste wijken: Van Jakarta Zuid (Jaksel) tot Tangerang
Ik ben blij dat ik een plek heb gevonden in Kemang. Voor expats liggen de beste plekken om te wonen in Jakarta Zuid (Jakarta Selatan, Jaksel) of ten zuiden van het centrum. Je kan het een klein beetje vergelijken met alles binnen de ring van Amsterdam. De huurprijzen zijn er hoger maar de voorzieningen zijn er optimaal, mocht je met je hele gezin willen verhuizen dan zijn er vele internationale scholen.
In Jakarta Noord worden mooie dingen gebouwd, maar ik heb de ervaring dat Jakarta Noord nog gevoeliger is voor verkeersopstoppingen, daarnaast is het een stukje onveiliger en er is meer criminaliteit. Een goed alternatief om met je gezin te gaan wonen is in de richting van de randstaden van Jakarta. Om Jakarta heen cirkelen Bekasi, Depok en Tangerang als trouwe satellieten, elk met een eigen rol in het monsterlijke raderwerk van Jabodetabek. Als Jakarta het kloppende hart is, dan zijn deze steden de vitale organen die de boel draaiende houden, al ziet het er op het eerste gezicht vaak uit als een betonlandschap van ‘net niet’. Bekasi is zonder twijfel de rauwe industriële motor. Hier vind je bijna geen hippe koffietentjes of koloniale historie, maar de eindeloze bedrijventerreinen van Jababeka en Cikarang. Het is de plek waar multinationals hun elektronica en textiel uit de grond stampen; een stad die ruikt naar diesel en vooruitgang, maar waar je als individu slechts een radertje in de machine bent. Laat ik Bekasi dan maar het Almere van Jakarta noemen. Depok voelt dan weer heel anders. Dit is de academische enclave, met de Universitas Indonesia als groen rustpunt in een verder overbevolkte regio. Het is een echte forenzenstad; een mierenhoop van studenten en kantoorklerken die elke ochtend in de trein of op de motor klimmen om hun geluk in Jakarta te beproeven. En dan heb je Tangerang, het logistieke knooppunt. Dankzij de nabijheid van Soekarno-Hatta International Airport draait hier alles om export en handel. Het is de poort naar de wereld, maar tegelijkertijd een plek waar de industrie en de logistiek het landschap volledig domineren. Tangerang, is een beetje het Diemen van Amsterdam. Je kan hier een groter huis huren en alles is er goedkoper maar alles is net zoals in Diemen. ‘Net Niet’ . Sorry Diemenaren of Diemenezen.
Samen vormen deze steden de periferie die Jakarta laat ademen. Het is een wankel evenwicht tussen keiharde industrie, wonen en onderwijs. Ze zijn misschien niet zo sexy als Jaksel (Jakarta Zuid) en missen de ziel van de kampung, maar zonder deze grijze randsteden zou de economie van de hoofdstad binnen een dag tot stilstand komen Jakarta zelf heeft ongeveer 10 miljoen inwoners. Het is moeilijk te ontdekken waar de stad eindigt. De provincie Jakarta waar eerdere genoemde steden onder vallen telt 42 miljoen inwoners en is daarmee een van de dichtstbevolkte plekken op aarde.
Bankzaken en verzekeringen voor expats
Heb je een huis geregeld in Jakarta, dan moet je een bankrekening openen waarmee je alles kan betalen. Daar heb je officieel een belastingnummer voor nodig. Dat is een soort van sofinummer. Maar als je genoeg charme en overredingskracht hebt, dan hoeft dat niet altijd. Ik heb me vooraf niet echt verdiept in welke bank het beste uit de bus kwam; ik heb simpelweg de bank gekozen die het dichtst bij mijn appartement lag. In dit geval was dat de BCA. Het is naar mijn idee de enige bank in de stad die niet lijkt te bezwijken onder haar eigen bureaucratie. Terwijl andere banken nog weleens vastlopen in een moeras van papieren formulieren en haperende systemen, is de BCA de geoliede machine van de Indonesische archipel. Hun blauwe pinautomaten staan werkelijk op elke straathoek en hun app is een van de weinige digitale hulpmiddelen hier die daadwerkelijk doet wat het belooft. Al zorgen updates wel eens voor de nodige problemen. Ook hebben ze twee verschillende betalings apps die elkaar soms in de weg lopen. Voor iemand die allergisch is voor onnodig wachten, bleek mijn luie keuze voor de dichtstbijzijnde buur toevallig de meest efficiënte te zijn. Een bankrekening openen kost ongeveer 10 euro. Voor een paar euro’s extra kun je allerlei andere passen en apps regelen, waardoor betalen super makkelijk wordt. Bij een creditcard aanvraag doet de bank wel wat serieuzer. Al met al ben je een dag kwijt om een bankrekening te regelen. In Indonesië en in de rest van Azië zijn ze niet heel erg zorgvuldig met privacy. Eenmaal een rekening geopend, krijg je van allerlei andere partijen reclame.
Controleer goed of je de juiste dekking hebt voor je verzekeringen, de Indonesische ziektekostenverzekering (BPJS) die via mijn werk is geregeld, is naar lokale maatstaven prima, maar voor mijn Europese medische behoeften simpelweg ontoereikend. Ik juichte dan ook niet te vroeg toen ik zag dat de premies voor sociale verzekeringen hier vrijwel niks kosten; de dekking is er namelijk ook naar. Voor de zekerheid heb ik mezelf voor ongeveer 50 euro per maand aanvullend verzekerd, zodat ik niet eindig in een overvolle zaal van een staatsziekenhuis als het echt misgaat.
Hetzelfde geldt voor mijn pensioen: daar moet ik volledig zelf voor sparen. Hoewel je werkgever wel iets opzij zet voor een oudedagsvoorziening, is dat bedrag volledig geïndexeerd op de Indonesische levensstandaard. De werkelijke AOW in Indonesië bouw je namelijk niet op via een fonds, maar via je voortplantingsvermogen: je investeert in je kinderen in de hoop dat zij later jouw oude dag financieren. Ik oefen momenteel hard op dat pensioenplan, al blijft het voorlopig bij de theoretische fase.
Huisraad en Dagelijkse boodschappen
Voor de vertrouwde basis van je huisraad kun je in Jakarta natuurlijk gewoon naar de IKEA, je hebt een kleine in de Taman Anggrek mall voor de kleine en praktische spulletjes zoals afwaskwasten en fotolijstjes. En een grote in Tangerang. Het is een veilig baken van Zweeds minimalisme in een stad die verder uitblinkt in Amerikaanse Nouveau riche kitch. Wil je het écht slim aanpakken, dan duik je in de wereld van Tokopedia, de Indonesische Amazon op steroïden, waar ik later zeker nog een uitgebreid artikel aan zal wijden. Op dit platform vind je werkelijk álles voor een fractie van de prijs, van keukengerei tot complete kastenwanden, en het wordt met een verbijsterende snelheid bij je voordeur afgeleverd.
Het mooiste aan dit systeem is de logistieke acrobatiek die erbij komt kijken. Waar we in Nederland voor een matras een flinke bestelbus verwachten, moet je in Jakarta niet raar opkijken als je complete bestelling, inclusief dat matras, een bureaustoel en drie bijzettafeltjes, gewoon achterop een 110cc-motortje wordt bezorgd. Het is een komisch en tegelijkertijd bewonderenswaardig gezicht: een chauffeur die vrijwel onzichtbaar is achter een toren van karton en schuimrubber, terwijl hij met doodsverachting door het drukste verkeer ter wereld laveert.
Je dagelijkse boodschappen in Jakarta kun je ook op dezelfde manier bestellen. Je etenswaren worden binnen een uur bezorgd. Maar wie de ziel van Jakarta wil begrijpen, moet naar een authentieke pasar. Al moet ik eerlijk zeggen: dat heeft de nodige logistieke en mentale uitdagingen. Zodra je de drempel van de markt overstapt, word je begroet door een muur van geuren die je in Europa niet snel zult tegenkomen. Het is een mengeling van versgemalen kruiden, de zoete walm van overrijp fruit en de indringende geur van rauwe vis die op grote blokken ijs ligt te glimmen. Je baant je een weg door smalle gangetjes waar de vloer standaard bedekt is met een ondefinieerbaar laagje water en groenteafval. Ondertussen moet je constant opzij springen voor sjouwers met loodzware manden op hun schouders en behendige motoren die zich dwars door de menigte slingeren.
Het is luidruchtig, het is heet, en je bent constant aan het onderhandelen. Hoe weet je op de markt in hemelsnaam wat je voor de ingrediënten van een bepaald gerecht moet betalen? Er hangen geen bordjes met ‘Vandaag: aanbieding!’, en de prijs van sjalotten kan per kraam,en per dag verschillen. Mijn belangrijkste tip: wees geen haastige Hollander. Geef je ogen de kost. Blijf bij een kraam staan, rommel wat in een bak met pepers en luister met een half oor naar wat de lokale tante (Ibu) voor je betaalt. Als zij 15.000 rupiah neerlegt voor een flinke zak sjalotten, weet jij dat je openingsbod niet bij de 50.000 moet liggen. Wil je echt de juiste prijs betalen voor je ingrediënten? Word dan een ‘Langganan’ (vaste klant). Kies één groenteman, één slager en één kruidenkraampje. De eerste drie keer betaal je waarschijnlijk nog iets te veel, maar vanaf keer vier heb je een onzichtbare loyaliteits kaart. Dan krijg je ineens de ‘vriendenprijs’, gooit ze een extra handje pepers gratis in je tas en hoef je niet meer te vechten voor elke duizend rupiah.
Onderhandelen op de markt is in Indonesië geen oorlog, maar een sociaal spel. Als je te hard of te arrogant onderhandelt, kom je niet ver. Doe het met een grapje, een paar woorden Indonesisch en een grote glimlach. Als ze merken dat je weet wat de prijs ongeveer moet zijn, maar het spel respectvol speelt, kom je veel verder.
Een bezoekje aan de markt is de absolute tegenpool van de onpersoonlijke bezorgservice of de veel te dure supermarkt, maar de beloning is er ook naar: je komt niet alleen thuis met de beste verse producten en je dagelijkse dosis sociaal contact. Mocht je geen zin hebben in natte voeten en het risico op een aanvaring met een mand vol ‘dagverse’ vissen, dan is die bezorg-app natuurlijk een prima alternatief, maar je mist wel het theater van de straat.
Hoewel de romantiek van de pasar aanlokkelijk is, dwingt realiteit me vaak tot een alternatief. Voor de echt verse producten moet je er namelijk wel erg vroeg bij zijn; rond een uur of vijf in de ochtend worden de beste stukken vis, vlees en de mooiste groenten al verdeeld. Tegen de tijd dat ik mijn ogen open, is het mooiste er wel vanaf en resteren alleen de hitte en de vliegen. Daarom kies ik, vaak tegen beter weten in, vaak voor het gemak van de supermarkt. Het is minder authentiek en een stuk duurder. In Jakarta is de supermarkt veel meer dan een plek voor je wekelijkse pak melk; het is een geklimatiseerd toevluchtsoord waar de hiërarchie van de stad pijnlijk duidelijk wordt. Afhankelijk van je budget en je behoefte aan westerse luxe. Jakarta biedt een hiërarchie aan supermarkten die elk een eigen wereld vertegenwoordigen. Je hebt de Hypermart voor de grote, goedkope voorraadbezoeken en de Super Indo (met het bekende leeuwtje) voor de degelijke, dagelijkse boodschappen tegen eerlijke prijzen. Voor het zwaardere geschut en een broodnodige dosis westerse luxe wijken expats uit naar de Ranch Market, waar de airco ijskoud is en de boerenkool ingevlogen, al betaal je daar letterlijk de hoofdprijs. Mijn persoonlijke favoriet is echter Grand Lucky: een heerlijk chaotische kruising tussen een groothandel en een luxe delicatessenzaak.
Voor wie echt geen zin heeft in de dagelijkse rompslomp, is er een uitweg: voor ongeveer 200 euro per maand huur je een personal assistant of huishoudelijke hulp in. Zij trotseert dan de vroege ochtenduren op de markt en zet de lekkerste lokale maaltijden voor je op tafel. Mijn appartement is hier zelfs fysiek op ingericht; het beschikt over een apart personeelsverblijf met een eigen slaapkamer en badkamer. Voor de Indische Nederlanders onder ons: het woord ‘baboe’ is hier absoluut uit den boze. Die term is onlosmakelijk verbonden met het koloniale verleden en wordt als zeer neerbuigend ervaren. Vandaag de dag spreken we respectvol over een pembantu of, nog gebruikelijker, de ART (Asisten Rumah Tangga). Hoewel die luxe van alles uitbesteden verleidelijk is, steek ik zelf liever de handen uit de mouwen. Voor koken en schoonmaken maak ik graag tijd vrij; het houdt me met beide benen op de grond. Ik heb die extra kamer dan ook niet gereserveerd voor inwonend personeel, maar omgetoverd tot mijn eigen indoor-moestuin. Waar vroeger de koloniale hiërarchie de ruimte vulde, staan nu mijn plantjes in alle rust te groeien.
Mobiliteit
In Jakarta verplaats ik me bij voorkeur achterop een motor; het is simpelweg de goedkoopste en snelste manier om door de ‘macet’ (opstoppingen) heen te snijden. Het werkt feilloos: je installeert de Grab- of Gojek-app, voert je bestemming in en binnen twee minuten stopt er een chauffeur voor je neus. Ritjes tot een kilometer of tien doe ik standaard op de motor, waarbij de kosten meestal tussen de 15.000 en 50.000 rupiah (1 à 3 euro) liggen. Het leven van zo’n motortaxichauffeur is overigens bikkelhard. Om de eindjes aan elkaar te knopen en de lening voor hun motor af te betalen, moeten ze flink wat kilometers maken. Omdat ze na aftrek van de commissie en benzine nauwelijks iets overhouden, geef ik uit principe altijd een kleine fooi mee. Voor die paar extra centen maak je voor hen echt het verschil.
Voor de langere afstanden of wanneer ik in gezelschap ben, kies ik voor een Grab Car. De tarieven liggen uiteraard hoger, al zul je als Nederlander niet snel schrikken van het prijsverschil. Het echte voordeel is de airco en het gevoel van veiligheid, maar de keerzijde is onvermijdelijk: in een auto sta je gegarandeerd vast in het verkeer. Een motor slalomt overal tussendoor, al kan het in Jakarta zelfs gebeuren dat de verkeersinfarcten zó totaal zijn dat zelfs de motoren tot stilstand komen. Welkom in de jungle van asfalt. Een belangrijke kanttekening: voor vrouwen is reizen per ojek of grab car helaas niet altijd onbezorgd. Hoewel de apps veiligheidssystemen hebben, hoor je regelmatig verhalen over ongewenste aandacht of intimidatie, waardoor veel vrouwen de voorkeur geven aan een blue bird taxi. In Jakarta hangt je vervoerskeuze volledig af van de stand van de klok en je behoefte aan comfort. De Bluebird is de onbetwiste klassieker; deze lichtblauwe taxi’s zijn de gouden standaard voor veiligheid en betrouwbaarheid, omdat ze altijd op de meter rijden en professionele chauffeurs hebben. De ‘super-apps’ Grab en Gojek zijn daarentegen de koningen van de efficiëntie. Met een vast tarief vooraf weet je precies waar je aan toe bent, of je nu een particuliere auto kiest of achterop een motor (Ojek) springt. Die motor is je Kortom: Bluebird voor de klasse en veiligheid, de apps voor de snelheid en de laagste prijs.
Openbaar vervoer
Hoewel ik zelf meestal de voorkeur geef aan de wendbaarheid van een motor, is het openbaar vervoer in Jakarta de laatste jaren bezig aan een enorme inhaalslag. De stad probeert wanhopig het verkeersinfarct op te lossen met een modern netwerk, al maak ik er zelf eerlijk gezegd nog te weinig gebruik van.
Het paradepaardje is de MRT (Mass Rapid Transit), de hypermoderne metrolijn die dwars door het centrum snijdt. Het is er brandschoon, de airco staat op standje vrieskist en het is de enige plek in Jakarta waar de klok daadwerkelijk klopt; de treinen rijden exact op tijd. Daarnaast heb je de LRT (Light Rail Transit), de kortere trajecten op hoge viaducten die vooral de buitenwijken moeten ontsluiten. Voor de echte die-hards is er de KRL Commuterline, de oude vertrouwde forensentreinen die de omliggende steden (Depok, Bogor, Bekasi) met het centrum verbinden. Hier ervaar je de stad op zijn drukst; tijdens de spits is het een kwestie van inademen bij het instappen en pas weer uitademen als je op je bestemming bent. Dan is er nog TransJakarta, het grootste ‘Bus Rapid Transit’-systeem ter wereld. Deze bussen hebben hun eigen afgesloten rijbanen in het midden van de weg, waardoor ze in theorie de files kunnen omzeilen. De haltes zijn vaak verhoogde eilandjes waar je via ellenlange loopbruggen boven de weg moet komen. Het is spotgoedkoop en het netwerk is indrukwekkend, maar het nadeel blijft de “last mile”: als je uit de bus stapt, moet je vaak alsnog een flink stuk door de hitte lopen naar je uiteindelijke bestemming. Dat is dan ook precies de reden waarom ik meestal toch die Gojek-app open. De MRT is fantastisch, maar de motor haalt me op voor de deur en zet me af voor de deur. Als elke meter lopen in de brandende zon voelt als een marathon, wint het gemak van de motor het bij mij nog altijd van het glimmende staal van de metro.
Jakarta inside out
Dit waren de praktische fundamenten om voet aan de grond te krijgen in Jakarta. Er valt nog genoeg te ontdekken, denk aan de bureauclatische avonturen bij het kopen van een eigen motor, maar wil je hier écht wortel schieten, dan is het configureren van je mentale mindset nog veel belangrijker dan je bankrekening. Hoe houd je stand in een metropool die zucht onder overbevolking, armoede, een verstikkende verkeersinfarct en de constante dreiging van smog en overstromingen?
Gezond blijven
De absolute randvoorwaarde is simpel: ik moet gezond blijven om mijn werk te kunnen doen. Zonder werkvisum is mijn verblijf hier immers snel voorbij. Daarom is ‘leven als een echte Indonesiër’ voor mij op de korte termijn simpelweg geen optie. De luchtvervuiling is een sluipmoordenaar; wie de hele dag op straat rondhangt of urenlang achterop een motor door de uitlaatgassen snijdt, betaalt daar een fysieke tol voor. Ik mijd de spits, houd de smog-index nauwgezet in de gaten en ben me pijnlijk bewust van de keerzijde van de tropen: de hoge luchtvochtigheid voedt infecties en de zware regenval tovert wegen om in kolkende stromen van stedelijk vuil waar muggen welig tieren.
Geduld en gelatenheid
Om hier als buitenstaander niet alleen te overleven, maar ook te gedijen, heb je twee eigenschappen nodig: geduld en gelatenheid. Geduld is een woord dat in mijn verhalen nog vaak als een mantra zal terugkeren. Gelatenheid is de acceptatie dat je jezelf moet neerleggen bij situaties waar je totaal geen invloed op hebt. Indonesiërs zijn daar meesters in; ze staan met miljoenen tegelijk in de file en accepteren dat voorkruipen, afsnijden of woede-uitbarstingen hen geen seconde sneller op hun bestemming brengen. Het is een collectieve berusting die voor een westerling bijna onnatuurlijk aanvoelt. Mijn arbeidscontract bindt me momenteel aan Jakarta, maar ik had de luxe kunnen hebben om te onderhandelen voor een leven op Bali of in het spirituele Yogyakarta. Sommigen verklaren me voor gek dat ik juist voor deze betonjungle heb gekozen. Een rationele verklaring heb ik niet, behalve een diepgevoelde emotionele verbondenheid. Ik ben hier geboren; Jakarta was jarenlang het enige tastbare bewijs van mijn afkomst, mijn enige kompas naar waar ik vandaan kom.
In het volgende artikel neem ik je mee naar een plek die voor mij, en voor vele andere geadopteerden uit Jakarta, het allereerste begin markeert: Pondok Pelangi. Ik ga dieper in op de ’tussenstop’ waar we terechtkwamen voordat onze reis naar Nederland begon. Deze plek ligt midden in een van die wijken waar de tijd op een bijzondere manier lijkt te hebben stilgestaan, ver weg van de glimmende wolkenkrabbers en luxe malls. Het ligt in een buurt waar je het authentieke, hedendaagse Jakarta nog in zijn puurste vorm ervaart. Het rauwe ritme van de kampung: de geur van brandend hout en straatvoedsel, het geluid van spelende kinderen in nauwe steegjes en de onvermijdelijke oproep tot het gebed die over de daken rolt. Het bezoeken van deze wijk is voor mij meer dan een uitstapje; het is een confrontatie met een parallel leven dat ik bijna had geleid. Ik vertel je hoe het voelt om daar nu te lopen, als volwassene, en hoe die omgeving mij helpt om de puzzelstukjes van mijn eigen geschiedenis weer in elkaar te zetten.

