Waar doet ie het van?

Nu jullie zo mijn blog aan het lezen zijn en ik uitvoerig vertel over mijn ontwikkelingen in Indonesië, zullen jullie je misschien wel eens hebben afgevraagd: waar doet hij het allemaal van? Een relatief onbezorgd leven leiden en tussendoor de weldoener spelen. Daarom neem ik jullie deze keer mee naar mijn werk in Singapore.
Het is eind november 2023 en ik kan jullie nu openhartig vertellen over de dynamiek op de werkvloer en de cultuurverschillen die soms hilarisch, maar soms ook ronduit vermoeiend zijn. Het is inmiddels ook duidelijk dat mijn contract, net als dat van de rest van mijn team, niet wordt verlengd. Dat heeft grote consequenties voor mijn toekomst hier in Indonesië en daar ben ik nu, bij het schrijven van deze inleiding, bijzonder boos over; zo boos dat het misschien niet verstandig is om erover te praten.
Sterker nog, de eerste versie van dit artikel stond zo vol met venijnige uithalen en boze commentaren dat mijn toetsenbord er bijna van gesmolten is. Inmiddels heb ik de scherpe randjes eraf gevijld en de tekst gekalmeerd, zodat het ook voor de gemiddelde lezer veilig is om te consumeren. Trouwens, hoe belachelijk en onwaarschijnlijk ze ook overkomen, ervaringen op de werkvloer zijn het leukste om over te vertellen want voor iederen bevatten ze wel iets herkenbaars. Uit respect voor mijn collega’s, die op dit moment nog vechten voor hun baan, zal ik in dit artikel geen namen noemen en fictieve karakters gebruiken.
Ik schrijf de frustraties van me af in Common Grounds Menteng. Het is een sfeervolle plek waar je, ondanks de drukte, opmerkelijk rustig kunt werken, ook al is het een flink stuk rijden vanuit Jakarta Zuid en is het er vreselijk duur. Maar eerlijk is eerlijk: de koffie is het waard. Sterker nog, dit is de beste koffie die ik tot nu toe in Jakarta heb gedronken. Zelfs voor een pretentieuze koffiekenner als ik is dit een openbaring; als ik mijn ogen sluit en de smaak in me opneem, proef ik iets unieks en heel eigens. Het is een smaakprofiel dat ik uit duizenden zou herkennen, mocht ik ooit aan een blinde test worden onderworpen.
Pretentieus is overigens ook het publiek hier. Maar goed, dit is Menteng… het onofficiële hoofdkwartier van de Jakarta upper class, waar zien en gezien worden de belangrijkste dagbesteding is. Vooral op zondag, wanneer de lokale elite zich kleedt alsof ze zojuist een High Tea in het Raffles Hotel in Singapore hebben afgerond en per ongeluk hier zijn gestrand. De personages die hier voorbijtrekken, zijn eigenlijk een artikel op zich waard.

Hoe ben ik in Singapore beland?

Het verkrijgen van een felbegeerde positie in Singapore vraagt om een specifieke cocktail van ingrediënten. Ten eerste is er je netwerk dat je in de loop der jaren opbouwt. De persoon die mij uiteindelijk aannam, ook een Nederlander en bovendien een zeer vriendelijke, getalenteerde directeur, kende ik via een oud, collega met wie ik had samengewerkt bij een bedrijf in Amersfoort. Er zat een mooie cirkel in het verhaal, want diezelfde oud, collega had ik kort daarvoor namelijk zelf aan een nieuwe baan geholpen bij het bedrijf dat ik verliet voordat ik de overstap naar Azië maakte. Het bewijst maar weer dat de wereld klein is en dat een helpende hand in het verleden, zonder dat je het op dat moment plant, jaren later de deur kan openen naar een baantje in Singapore en een leven in Indonesië.

Een goede relatie met een collega betekent voor mij dan ook dat je altijd oprecht en aardig bent, en je niet alleen op het juiste moment zo voordoet omdat het je toevallig uitkomt. Die mensen heb ik veel leren kennen. Uiteindelijk ben ik hier beland op basis van mijn werkervaring en door mijn eigen pad te kiezen, zonder mezelf ergens in te slijmen of te werken als een idioot. Gewoon hard werken, integer blijven en erop vertrouwen dat de juiste kansen zich dan vanzelf voordoen.
Naast dat netwerk moet je natuurlijk ook een uniek specialisme bezitten om echt waarde toe te voegen. In mijn geval is dat een diepgaande kennis van producten van een bepaalde softwareleverancier, maar dan zonder de oogkleppen van een pure technicus. De echte kracht zit hem in de combinatie: ik ben jarenlang de eindgebruiker van deze marketingsoftware geweest. Ik heb met mijn poten in de modder gestaan en weet precies waar de schoen wringt in de dagelijkse praktijk. Die jarenlange ervaring stelt me nu in staat om als een soort tolk op te treden. Ik bied mijn kennis via een consultancybedrijf aan organisaties die wel de software hebben, maar de praktische vertaalslag missen.
En daar zit ook direct de link met een gezond netwerk: dat bouw je niet op door mensen simpelweg naar de mond te praten. Juist door te werken met maximale transparantie en openheid, en klanten niet te vertellen wat ze willen horen maar wat ze moeten weten, creëer je een vertrouwensband die langer meegaat dan de gemiddelde softwarelicentie. In een wereld vol snelle praatjes en glimmende presentaties is die eerlijkheid misschien wel mijn meest unieke talent; mensen weten dat ze bij mij het echte verhaal krijgen, ongefilterd.
Maar laten we de allerbelangrijkste factor niet vergeten om de baan te krijgen: een flinke dosis geluk. Soms vallen de puzzelstukjes op een manier die je zelf nooit had kunnen regisseren. Ik trek wel eens de parallel met de zoektocht naar mijn biologische familie. Het vinden van hen was de ultieme droom, een emotioneel eindstation waar ik jarenlang naartoe had geleefd, maar waarvan je je gaandeweg realiseert dat het misschien wel iets te hoog gegrepen was. Je kunt twintig jaar lang aan je vaardigheden schaven, je netwerk koesteren en integer blijven in je werk, maar uiteindelijk heb je die zeldzame kosmische timing nodig om die laatste deur te openen. Dat alles precies op het juiste moment bij elkaar kwam om dit mogelijk te maken, voelt nog steeds als een klein wonder.

De Rauwe realiteit

Van die roze wolk van een droombaan naar de rauwe realiteit. In Singapore word je niet aangenomen om in een gespreid bedje te landen of om op je gemak op tempo te komen. Je wordt aangenomen om meteen te overleven. Het is simpel: word de tijger, of word voer voor de tijger. Vanuit een Europees perspectief is de Singaporese werkcultuur een fascinerende, maar moordende snelkookpan van hiërarchie en efficiëntie.
Alles wat ze over de werkethiek hier vertellen klopt: een contract van veertig uur is in de praktijk een vrijbrief voor zestig uur bikkelen, waarbij vroeg vertrekken als een sociaal taboe wordt beschouwd. Waar wij in Nederland zweren bij platte structuren en directe feedback, regeert hier een rigide top, down besluitvorming waarbij je wel twee keer nadenkt voordat je een senior tegenspreekt; “gezichtsverlies” voorkomen is immers belangrijker dan je eigen mening ventileren. Het is voortdurend balanceren op een dun lijntje tussen uiterst respectvolle hiërarchie en de meedogenloze noodzaak om resultaten te boeken in een omgeving die simpelweg nooit slaapt. Werken in Singapore is een fascinerende antropologische studie op zich. Je bevindt je in een smeltkroes van internationale expats, elk met een eigen rugzak vol westerse ambities en gewoontes.
Het bedrijf waar ik met zoveel enthousiasme voor ben begonnen, een Singaporees consultancybureau, is een middelgrote organisatie die door een paar grote successen flinke bekendheid heeft verworven. Een van de megaprojecten die de organisatie zo succesvol heeft gemaakt, is het werk voor een van de grootste cosmeticaproducenten op aarde. Mijn bedrijf runt alle loyaliteitsprogramma’s en de data voor deze gigant in Zuidoost Azië en Oceanië. Juist door deze successen is het onlangs overgenomen door een Amerikaanse durfkapitaalonderneming.
Binnen dit krachtenveld van data en loyaliteitsprogramma’s vervul ik een rol die op papier behoorlijk belangrijk klinkt: Solution Architect. In de praktijk betekent dit dat ik de technische blauwdrukken ontwerp voor complexe marketingprocessen, een team van developers aanstuur en in grote lijnen de voortgang van de projecten bewaak. Het is een verantwoordelijkheid die echter veel minder abstract is dan de titel doet vermoeden. Heel vaak betekent het namelijk simpelweg dat ik zelf diep in de programma’s aan het rondworstelen ben om het werk van mijn collega’s te controleren. Je bent in die zin niet alleen de architect die de koers uitzet, maar ook de opziener die met de voeten in de modder moet staan om te zorgen dat de technische uitvoering voldoet aan de hoge standaarden die onze klanten verwachten. Het is een intensieve balans tussen strategisch overleg en technische kwaliteitsbewaking.

Opkomst en Ondergang

En dan zou je denken: een mooie titel, een kantoor in Singapore en een prachtige klant, wat kan er misgaan? Toen ik in oktober van vorig jaar aan dit avontuur begon, was de dynamiek dan ook wervelend. Ik had het gevoel dat ik midden in de actie zat. We werkten met een groot team aan complexe Salesforce architectuur voor onze klant en ik was dagelijks in gesprek met klanten uit Maleisië, Singapore, Australië en Nieuw, Zeeland. De sfeer was opperbest en december was uiteraard gevuld met het goede gevoel van de kerst.

Maar achter de schermen schuilde een groot risico: het cosmeticaconcern was nagenoeg de enige klant van mijn werkgever. Dat zou ik snel genoeg merken, want die klant was ontevreden over de veranderde kostenstructuur, die aan onze kant onder druk stond door de overname. Alles moest worden gestroomlijnd; de investering van het durfkapitaal moest zich immers uitbetalen om te voorkomen dat de overname een papieren tijger werd. Ik voelde dat dit al gaande was toen ik begon, en hoewel ik door de jaren heen gewend ben geraakt aan dit soort zakelijke dynamiek, was dit voor veel collega’s,  die hun lot volledig aan deze ene werkgever hadden verbonden,  totaal nieuw.

In januari begon de spanning merkbaar toe te nemen. Ik kon niet zomaar nieuwe projecten opstarten en de deadlines van lopende projecten werden vervroegd, wat de kwaliteit niet ten goede kwam. Mensen die voorheen goed bereikbaar waren, gaven plotseling niet thuis. Wie altijd tijd had voor een koffietje, sloeg die meetings nu over. De verhoudingen in het team werden kwetsbaar en de financiële druk werd pijnlijk concreet toen mijn wekelijkse vluchten plaatsmaakten voor gedwongen thuiswerken vanuit Jakarta.

Het begin van een isolatie. De verbinding met mijn collega’s op de werkvloer werd dunner en dunner; afstand bleek een sluipmoordenaar voor het teamgevoel. Je mist de kleine signalen en de informele updates tussen de regels door. Een volgend, onmiskenbaar teken dat het bergafwaarts ging, was de abrupte annulering van een prestigeproject in mei. We werkten op dat moment aan een kostbaar programma dat over meerdere landen moest worden uitgerold. We waren al op 70% van de voltooiing toen de boel tijdens een cruciale vergadering volledig ontspoorde door een discussie over extra kosten. De klant verloor zijn geduld; in zijn ogen werden er forse extra bedragen in rekening gebracht terwijl de kwaliteit van de levering ver onder de maat bleef. Na een verbale woede, uitbarsting die de muren deed trillen, werd het project ter plekke afgekapt. Maanden aan werk en tonnen aan budget verdampten in één enkele middag.

Wat misschien nog wel het meest ontluisterend was: achteraf vond er geen enkele evaluatie plaats. Er werd niet gekeken naar waar het aan onze kant fout was gegaan, laat staan dat er lering uit werd getrokken. Er was simpelweg geen risicoanalyse van wat er door deze annulering nog meer in de soep zou kunnen lopen. In plaats van de wonden te likken en de strategie te bepalen, heerste er een soort collectieve ontkenning. Het schip was lek, maar de kapiteins weigerden naar de romp te kijken.

De klap van mei zorgde in juni voor een aardbeving in de top. Tijdens een gespannen townhall meeting kondigde onze immerblije Australische CEO met een geforceerde glimlach zijn vertrek aan. Hij bracht het als een eigen keuze, maar iedereen op de werkvloer wist beter: hij was simpelweg ontslagen door de nieuwe Amerikaanse eigenaren. De “zonnestraal” van het bedrijf was gedoofd, en daarmee verdween het laatste restje optimisme. We zouden hem niet meer terugzien.

In augustus bereikten de onderlinge spanningen in mijn team een kookpunt. De Maleisische projectmanager, wanhopig om zijn eigen positie te redden, probeerde op een hele vervelende manier de druk te verleggen naar de Indiase developers. Het resultaat was destructief: het ene na het andere teamlid meldde zich ziek, bezweken onder de giftige mix van onrealistische deadlines en een gebrek aan waardering. Waar we eerst een team waren, was het nu iedereen voor zich.

In september viel het doek: de cosmeticagigant verlengde het contract niet. Er was geen vangnet, er waren geen nieuwe klanten.  Terwijl de ongezonde concurrentie op kantoor in Singapore de sfeer verder verziekte omdat iedereen vocht voor een plekje in de mogelijke ‘overblijf, pool’, bleek ik als thuiswerker in Jakarta op afstand sowieso kansloos voor een nieuw project.

Het betekent dat ik in december zonder baan zit. En hierdoor ben ik ook gedwongen om terug te keren naar Nederland. Ik kan zonder baan en inkomen in Indonesië blijven op een toeristenvisum of op een visum dat je kunt krijgen op uitnodiging van mijn familie. Ik heb spaargeld om die maanden uit te zitten om te kijken of ik werk in Indonesië kan vinden. Maar ik acht die kans klein. Er komt een moment dat het geld op is en je moet terugvliegen.

Het waren mooie maanden

Ondanks de abrupte wending kijk ik met een gevoel van diepe dankbaarheid terug op de kansen die ik heb gekregen bij mijn werkgever in Singapore. Ik ben niet naïef; ik begrijp hoe de hazen lopen in de wereld van het grote geld. Zodra een bedrijf de speelbal wordt van een overname door durfkapitaal, telt het individu niet meer. Dat ik daarbij twee maandsalarissen en een vette bonus door mijn neus geboord zie worden, is een bittere pil, maar het is ook een risico dat ik kende. Ik heb vaker met dit soort bijltjes gehakt. Dit zijn de calculaties die je maakt als je alles op alles zet om een carrière in Azië op te bouwen.

Ik sta er nu anders in dan toen ik begon. Ik kwam hierheen om mensen te helpen en om zelf te leren, en in die missie ben ik geslaagd. Ik heb veel kunnen bereiken in Rangkasbitung en ik keer terug met een rugzak vol onbetaalbare ervaringen. Natuurlijk is er frustratie; het voelt als een boek dat ik niet mag uitlezen, een plan dat ik niet volledig kan afmaken.

Maar die frustratie wordt direct in perspectief geplaatst als ik naar mijn collega’s kijk. Mijn persoonlijke verlies valt in het niet bij het lot van mijn Indiase collega’s. Zij hebben niet alleen hun leven aan hun werk verbonden, maar ook dat van hun familie. Ze zijn met complete families en schoonfamilies naar Singapore verhuisd, alles hopend op dat ene betere bestaan. Voor hen betekent dit ontslag niet alleen een nieuwe baan zoeken, maar een gedwongen terugkeer naar een onzekere toekomst in India, bovenop de torenhoge kosten van een internationale verhuizing. De onderlinge spanningen en de kille afwikkeling hebben op hen een traumatiserend effect dat veel dieper snijdt dan mijn misgelopen bonus. Voor hen was dit misschien de enige kans.

Ik heb het voorrecht dat ik kan terugkeren naar Nederland, waar alweer een nieuwe baan op me zal wachten. Mijn fundament is stevig, hoe dun de financiële bodem in Indonesië soms ook voelde. Werken in Singapore was de top die ik wilde bereiken. Ik heb de stormen overleefd en ook al moet ik nu de afdaling sneller inzetten dan gepland: ik sta nog overeind. Mijn plannen voor mijn moeder en de familie veranderen van vorm, maar de missie blijft. In Azië leer je namelijk één ding heel snel: als een deur dichtgaat, moet je niet blijven staren naar het houtwerk, maar zoeken naar het volgende open raam.