Ik heb jarenlang in Amsterdam-Noord gewoond. Het bestaan in een stad die volgens de ‘echte’ Amsterdammers niet echt tot Amsterdam hoorde, is zwaar en rauw. En waar de binnenstad langzaam maar zeker is overgenomen door rijke yuppen, expats en prins Bernhard, is Amsterdam-Noord misschien nog het onder druk staande habitat van de echte Amsterdammer. Het staat onder druk, want ook het echte arme Amsterdam-Noord verdwijnt. Een prachtige documentaire, opgenomen in Amsterdam-Noord, was ‘Schuld’; het volgde in een aantal afleveringen een aantal doorsnee Amsterdam-Noordlingen die in schuld verstrikt raakten en daar eigenlijk heel slecht uit konden komen. Kwetsbare mensen die met grote pech hier en daar verkeerde keuzes hebben gemaakt.
Het heeft niets met Amsterdam-Noord te maken, maar ook ik ging ooit gebukt onder een enorme schuldenlast. Een dodelijke combinatie van relatiebreuk en er alleen voor komen te staan, waarbij alle schulden samen opgebouwd op mijn naam stonden. De scheidingsadvocaat (dezelfde als Ruud Gullit in die tijd), de studieschuld en niet te vergeten schuld door (onterecht) toegewezen toeslagen voor kinderopvang. Als je daar niet tijdig bij bent om ze af te betalen, of als je dat gewoon niet kunt, dan heb je een groot probleem. Gelukkig had ik steun van mijn ouders en familie om de schade te beperken. Door daarna jarenlang heel zuinig te leven, niet op vakantie te gaan en geen nieuwe schulden af te sluiten, heb ik me kunnen redden. Ik heb bijna alles bij de kringloop gekocht. Jarenlang gedaan met dezelfde spullen. Het was een goede leerschool en in het dure Amsterdam, maar je koopt er weinig voor. Ik kan nu pas beginnen met sparen. Een huis kopen voor mij is onmogelijk omdat ik in mijn eentje ben. En financiën altijd onder druk, zeker als je alleen woont. Gelukkig bestaan er in Nederland instanties die helpen met schuldsanering; in zekere mate word je ervan bewust gemaakt dat geld lenen geld kost.
Hoe is het leven met schuld in Indonesië? In het geval van mijn arme familie in Indonesië? In mijn voorgaande blogs heb je misschien al wel kunnen lezen dat ook mijn moeder en eigenlijk de rest van de familie in relatieve armoede leven en altijd problemen hebben met geld. Schulden zijn hier een niet te missen onderdeel van. De familie leent elkaar geld onderling. Dat is vrij onschuldig, het hoort erbij. Familie er is om je bij te staan in moeilijke tijden. Maar schuld kan ook veel serieuzere vormen aannemen. In Indonesië zie je dat schulden ook verweven zijn met cultuur, status en vooral veel schaamte. De ervaringen van mijn familie zijn een spiegel van de bredere Indonesische schuldenproblematiek.
Mijn moeder voelt steken in haar borst. Ze is al vaker naar het ziekenhuis geweest voor medicijnen, maar veel van die kosten worden niet volledig vergoed door BPJS. Het nationale zorgsysteem dekt wel basisbehandelingen en standaardmedicatie, maar bij chronische aandoeningen of wanneer specifieke medicijnen buiten de lijst vallen, moet de patiënt vaak zelf bijbetalen. Omdat ze voor haar gevoel al te veel bij mij heeft aangeklopt, durft ze niet nog eens een beroep op mij te doen. Gelukkig kan tante Ade bijspringen. Ze leent mijn moeder geld om alsnog de juiste medicijnen te kopen. Mijn moeder is even gered. Maar kan tante Ade het geld missen?
Tijdens de ramadan organiseert tante Ade altijd een selamatan bij het breken van het vasten en aan het einde bij Idul Fitri in het ouderlijk huis. Normaal draagt de familie samen de kosten, maar dit jaar blijven sommige bijdragen uit. Om ongemak te voorkomen legt Ade zelf bij, waardoor haar eigen reserve opraakt en ze geld moet lenen om dit weer aan te vullen.
Voor het tekort gaat ze te rade bij haar zoon in Serpong. Hij verdient een redelijk salaris als kantoorklerk, maar een groot deel van zijn salaris gaat maandelijks naar de afbetaling van zijn motor en de huur. Wanneer zijn moeder hem om hulp vraagt, kan hij niet weigeren. Hij vult het gat van Ade, maar daarmee vergroot hij zijn eigen financiële druk.
Om ooit aan een acute afbetaling te voldoen, heeft hij eerder geld geleend van zijn schoonvader. Die schoonvader runt een kleine wasserette in Jakarta en heeft zelf een krediet bij de bank afgesloten om de aanschaf van twee nieuwe wasmachines te financieren, en nu is elk extraatje aan afbetaling welkom. Elke maand komt iemand van de bank langs om de aflossing op te halen. Zo draait het geld rond in cirkels: van moeder naar tante, van tante naar zoon, van zoon naar schoonvader, en uiteindelijk naar de bank.
En dan, met een beetje geluk, komt er verlichting: mijn moeder krijgt wat geld van Tina, die in Jakarta werkt en een deel van haar salaris deelt. Daarmee kan mijn moeder tante Ade afbetalen. Ade houdt wat over en betaalt haar zoon terug. De zoon kan op tijd zijn motortermijnen voldoen. En wanneer die motor uiteindelijk is afbetaald, kan hij zijn schoonvader aflossen. Die hoeft met het extra geld achter de hand zich minder zorgen te maken voor als de wasserette een maandje minder draait.
Maar dat is dus niet het geval, want Tina zit op haar beurt zelf enorm in de schulden en heeft al maanden geen bijdrage naar mijn moeder gestuurd. Er gaat een onwaarschijnlijk verhaal rond: Succi, de dochter van Iyus (mijn moeders zus), zou via haar vriend een iPhone op afbetaling hebben gekocht met Tina’s KTP. Of dat waar is, weet niemand. Feit is dat de telefoon nooit is gezien, maar de schuld staat wel genoteerd op naam van mijn zus. Nicht Succi is ineens niet meer aanspreekbaar, alsof ze van de aardbodem verdwenen is. De schuldeisende instantie laat het er niet bij zitten. Na twee jaar weten ze de locatie van Tina te achterhalen en eisen ze onmiddellijke terugbetaling.
Dit is voor een groot gedeelte een waargebeurd verhaal: hoe een hele familie in een negatieve schuldenspiraal verstrikt raakt. Doordat één persoon heftig uit onbalans is. Tenzij iemand de ketting doorbreekt door een structurele oplossing, een onverwachte meevaller, of simpelweg de moed om nee te zeggen, belandt een hele groep personen tegelijk in de problemen. Maar zelfs in dit geval, ik heb de schuld van mijn zus afgelost, duiken er andere op, vaak onverwacht en ondoorzichtig.
Mijn verhaal is een illustratie van hoe schulden in Indonesië vaak niet alleen een individuele last zijn, maar een collectieve spanning binnen families. Iedereen is tegelijk schuldenaar en schuldeiser, waardoor geld rondstroomt zonder ooit echt te blijven hangen.
Het hebben van schulden roept universeel gevoelens van schaamte op. Mensen vermijden erover te praten, alsof stilte de last kan verbergen. In Indonesië is dat niet anders: een schuldeiser die letterlijk voor de deur staat, betekent het ultieme gezichtsverlies. Die schaamte leidt vaak tot nieuwe en diepere schulden. En om dat gezichtsverlies te vermijden, blijft men meedoen aan sociale verplichtingen, ook als dat financieel niet haalbaar is. Ze sluiten daarvoor dus nog maar eens een extra lening af. Het ene gat opvullen met het graven van een nieuwe kuil. Indonesische families voelen de druk om bij te dragen aan bijvoorbeeld rituelen, zoals selamatans, trouwfeesten, begrafenissen enzovoort. Veel mensen denken dat niet meedoen de kans op sociale uitsluiting vergroot. Een voorbeeld is dat mijn moeder uit alle macht een nieuwe jurk moet kopen omdat alle tantes die kleur dragen tijdens Eid. Die foto’s worden dan op Facebook gezet. Het zou slecht staan als je met je kloffie uit de toon valt. Misschien begrijp ik het wel niet genoeg.
Het allergrootste voorbeeld van sociale druk is het hebben van een telefoon. In Indonesië is, net als overal, het bezit van een mobiele telefoon meer dan een praktisch hulpmiddel; het is een statussymbool. Zonder telefoon loop je het risico om als “achtergebleven” gezien te worden. Dit raakt direct aan het concept van schaamte: men wil niet buiten de groep vallen of het gevoel hebben dat men niet mee kan doen. Men mist sociale verbondenheid in WhatsApp-groepen voor familie, buurt en moskee. Een smartphone, het liefst een iPhone of een nieuw Android-model, laat zien dat je “bij de tijd” bent. Zonder toestel verlies je status, maar ook economische mogelijkheden. De druk om een mobiele telefoon te hebben is dus niet alleen praktisch, maar ook sociaal en emotioneel. Het bezit van een toestel wordt gelijkgesteld aan waardigheid en deelname aan de gemeenschap. Dit maakt dat families, zelfs met beperkte middelen, vaak in schulden terechtkomen. Eenmaal in de handpalm van de Indonesiër wordt dat statussymbool eveneens een katalysator van extra schuld. Het apparaat opent de deur naar een reeks nieuwe verplichtingen: van beltegoed tot digitale consumptie en risicovol gedrag. Om bereikbaar te blijven, moet er voortdurend beltegoed of data worden gekocht. De prijzen die voor internet en belbundels worden gevraagd lijken laag, maar er zijn enorm veel kleine lettertjes voor het gebruik. Veel providers rekenen verborgen toeslagen of extra kosten bij het kopen van beltegoed, waardoor het saldo sneller opraakt dan verwacht. Beltegoed en databundels hebben vaak een beperkte geldigheidsduur. Wie niet op tijd opwaardeert, verliest het resterende saldo. Dit dwingt tot herhaald kopen. Games, in-app aankopen en online gokken, van sportweddenschappen tot digitale casino’s, zijn een sluipende verslaving die schulden vergroot.
De dagelijkse routine van een Gojek-bestuurder is keihard werken: tientallen ritten maken om het hoofd boven water te houden. Eten te betalen, in vele gevallen vaak geld opzijzetten voor de afbetaling van de motor en hopen dat hij uiteindelijk geld opzij kan zetten voor familie in de kampung. Het plan voor later. Het komt wel eens voor dat een Gojek-bestuurder te weinig ritjes heeft gemaakt voor een fatsoenlijke maaltijd. Is de Gojek-bestuurder niet druk met het slalommen door verkeer en komt er een moment van rust, dan zie je ze bij tientallen langs de weg staan. Rustend op hun zadel, op een bankje, even me-time. En in die me-time verdampt zijn zuurverdiende geld gestaag via de telefoon.
Mobiele games zijn ontworpen om verslavend te zijn. Gratis beginnen, maar al snel verschijnen er “speciale aanbiedingen”: virtuele zwaarden, skins of extra levens. Voor veel jonge Gojek-bestuurders voelt het onschuldig, een paar duizend rupiah hier en daar, maar opgeteld kan het een groot deel van het budget opslokken. Het wrange is dat deze uitgaven geen tastbare waarde hebben, maar wel echte schulden veroorzaken. Erger nog: de telefoon geeft directe toegang tot gokapps en platforms. Wat begint met een klein bedrag, een sportweddenschap of een digitale slotmachine samen met een vriend afgesloten, kan snel uitgroeien tot een schuld. Het is een sluipende verslaving: de belofte van snelle winst, maar in werkelijkheid een gegarandeerde verliespost. Voor velen wordt gokken op de telefoon een manier om voor even het harde bestaan op straat te ontvluchten. Maar de prijs is hoog: geld dat eigenlijk bedoeld was voor eten of afbetaling verdwijnt in digitale casino’s. De apps zijn in Indonesië makkelijk toegankelijk via smartphones en gekoppeld aan lokale betaalmethoden zoals GoPay en OVO. In drie klikken is je spaarpot aangesloten op de geldverbrander.
De Indonesische overheid ziet online gokken als een groot probleem en heeft de afgelopen jaren de regels flink aangescherpt. Alle vormen van gokken, fysiek én online, zijn wettelijk verboden. Dit geldt voor Indonesiërs én buitenlanders. Overtredingen kunnen leiden tot zware straffen, waaronder gevangenisstraf en hoge boetes. De overheid werkt aan een speciale verordening (Government Regulation on Online Gambling Eradication) die niet alleen gokkers, maar ook digitale platforms, fintechbedrijven en internetproviders verantwoordelijk maakt. Er komt nadruk op bescherming van jongeren, strengere handhaving en het blokkeren van apps en websites die gokken faciliteren, waarbij het Ministerie van Communicatie en Digitale Zaken samenwerkt met providers om goksites en apps actief te blokkeren. Hoewel de overheid formeel alles verbiedt, blijft de praktijk weerbarstig. Apps en platforms duiken telkens opnieuw op, vaak vermomd als “games” of “entertainment”. Fintechbedrijven en digitale wallets maken het bovendien eenvoudig om geld te storten. Het resultaat: een kat-en-muisspel waarin de overheid blokkeert, maar de markt steeds nieuwe wegen vindt.
De digitale technologie heeft de schuldenspiraal in Indonesië niet alleen vergroot, maar ook versneld. Via marktplaatsen zoals Shopee, TikTok en Tokopedia maken fintech-apps lenen met één klik mogelijk. Kleine bedragen lijken onschuldig, maar stapelen zich razendsnel op en worden onderdeel van een nieuwe keten van afhankelijkheid. De keerzijde is dat schuld tegenwoordig ook digitaal zichtbaar wordt. Incasso’s via apps, automatische berichten en push-notificaties maken schulden niet langer privé. Een rode melding op je scherm is de moderne vorm van gezichtsverlies en een extreem slecht gevoel. Een digitale variant van de schuldeiser die vroeger voor je deur stond. Het constante piepen van meldingen, de rode waarschuwingen en de publieke zichtbaarheid van achterstanden zorgen voor een vorm van digitale schaamte. Het scherm wordt een spiegel van falen, een permanente herinnering dat je tekortschiet. Een psychologische last die dag en nacht aanwezig is.
Hoe zat het ook alweer met geld lenen en er rente voor vragen? Dat mag toch niet volgens de islamitische wet? Maar in Indonesië bestaan naast conventionele banken ook islamitische banken (Bank Syariah). Hun manier van geld uitlenen verschilt fundamenteel, omdat rente (riba) volgens islamitische principes verboden is. In plaats daarvan werken ze met contracten die gebaseerd zijn op winst- en risicodeling of op transparante verkoopconstructies. Zo is er de Murabaha, ofwel de kostprijs-plus-financiering. De bank koopt een product (bijvoorbeeld een motor of huis) en verkoopt dit door aan de klant tegen een hogere prijs. Die hogere prijs is vooraf afgesproken en wordt in termijnen betaald. Er is dus geen rente, maar een marge die de bank verdient. Ook bestaat er de Ijarah-constructie (huur/leasing), waarbij de bank een goed koopt (bijvoorbeeld een auto) en dit verhuurt aan haar klant. Na afloop kan de klant de auto dan overnemen. Het idee dat islamitische banken “schuld eerlijker maken” is vooral een marketingstrategie. De religieuze verpakking geeft vertrouwen en voorkomt dat klanten zich schuldig voelen over riba, maar de uitkomst blijft hetzelfde: de bank verdient, de klant betaalt. Het verschil is dat men zich er beter bij voelt. Islamitische banken worden vaak gerund door dezelfde grote financiële groepen die ook conventionele banken beheren. Denk aan Bank Syariah Indonesia (BSI), ontstaan uit fusies van staatsbanken, en het management is meestal niet strikt religieus gescheiden; het zijn gewoon bankiers die werken onder sharia-compliance. Islamitische banken profileren zich als moreel alternatief, maar rekenen vaak dezelfde marges onder een andere naam. Mijn moeder heeft niet eens een bankrekening. De rekening die ik voor haar opende en waar ik een paar miljoen rupiah op stortte als reserve was volgens de bank binnen een week leeg. Na een jaar van inactiviteit wordt de rekening stopgezet. Gelukkig maar. Ik moet er niet aan denken dat mijn familie ook maar enigszins de mogelijkheid moet hebben gevoeld om een lening af te sluiten voor een nieuwe scooter of iets anders kapitaalintensiefs. Waar mijn familie wel bijzonder gevoelig voor is, is om geld te lenen om het ultieme levensdoel van de Indonesiër te vervullen: het volbrengen van de umroh of de hadj naar Mekka. Een spirituele reis die niet alleen religieus verplichtend is, maar ook een bron is van trots en sociale status. In de praktijk worden veel pakketten voor umroh en hadj aangeboden op afbetaling. Zelfs islamitische banken gebruiken constructies die in mijn beleving nauwelijks verschillen van rente. Ik zou het gevoel hebben alsof ik een heilige plicht vervul, maar tegelijk een religieus verbod overtreed.
Reisbureaus, banken en kredietverstrekkers verdienen aan deze religieuze aspiratie. Het ultieme levensdoel van miljoenen Indonesiërs wordt zo een verdienmodel, waarbij de spirituele plicht wordt vertaald naar financiële lasten. De ironie is dat een reis die bedoeld is om spirituele zuiverheid en bevrijding te brengen, vaak begint met een schuldencontract. Het paradijs wordt op afbetaling verkocht.
Om zich heen ziet mijn familie in Rangkasbitung dat steeds meer mensen op die manier umroh doen. Ook in het hoofd van mijn moeder is de reis nu minder een illusie. Ze heeft het er al een keer over gehad en er wordt in de familie over gesproken. Door te kopen op krediet lijken Mekka en Medina ineens bereikbaar. Maar als je voor medicijnen van nog geen 200 duizend rupiah al afhankelijk bent van leningen, hoe kun je dan in de naam van de Profeet een reis van 25 miljoen rupiah afbetalen? Het is uitgesloten dat mijn moeder dit zelf financiert, dus wordt er naar mij gekeken. De eerste prijslijst is al voorzichtig gedeeld; de stille hint van de familie.
Eerlijk gezegd zie ik er letterlijk geen enkel heil in. Hulp aan mijn moeder moet gaan over de kwaliteit van haar dagelijks bestaan en schuldsanering, niet over de schone schijn van haar sociale status. Bovendien: om dit te financieren, zou ik zelf in de schulden moeten duiken. Als buitenlander stuit ik gelukkig op een muur van bureaucratie en ongunstige voorwaarden. Met die korte looptijden en woekerrentes moet je wel heel zeker van je zaak, of totaal wanhopig, zijn om een handtekening te zetten.
Schuld is in Indonesië veel meer dan een financieel tekort; het is een diepgeworteld cultureel en psychologisch fenomeen. Het strekt zich uit van de glimmende malls in de stad tot de stoffige kampung op het platteland, gevoed door zowel religieuze plichten als de nieuwste digitale verleidingen. Het is een destructieve spiraal waarin status telkens opnieuw op krediet wordt gekocht en waarbij technologie de druk alleen maar opvoert. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik geen actieve deelnemer ben in dit systeem, maar mijn doelstellingen hier in Indonesië lopen wel degelijk een risico: wie in mijn familie vormt een oncontroleerbaar risico? Bij mijn moeder en zus is het vonnis al geveld; daar verwacht ik dat er elk moment weer nieuwe, dwaze leningen uit de kast vallen. Maar hoe zit het met de rest? Neem mijn nicht, die nu de financiën van mijn moeder beheert. Ze lijkt stabiel, maar in een wereld vol digitale valstrikken is alles broos. Wat als haar man morgen besluit om iets te veel van het spaargeld online op ‘rood’ in te zetten? Is zij dan de volgende dominosteen die valt? Het bevestigt voor mij keer op keer hoe essentieel het is om hier fysiek aanwezig te zijn, bovenop de feiten.