Het ‘Witte Huis’ van Rangkasbitung: Een dak boven het hoofd van mijn moeder

Aan het begin van 2023 stelde ik mezelf een duidelijk doel: betere huisvesting voor mijn moeder. In dit artikel lees je hoe die missie verliep en wat er van mijn plannen terechtkwam.

Huizen kopen in Indonesië: Een juridisch doolhof

Als buitenlander kun je in Indonesië officieel geen huis bezitten. Dat voelt wrang, aangezien ik hier geboren ben en mijn moeder Indonesisch is. Er zijn wel constructies mogelijk, zoals investeren via een bedrijf of stichting, maar dat is ingewikkeld: je bezit dan vaak wel het huis, maar de grond lease je voor maximaal dertig jaar.

Trouwen met een Indonesische partner is een andere optie. Kandidaten genoeg, maar voor mij is dat nog veel te vroeg. Bovendien is mijn toekomst hier onzeker; mijn werkcontract duurt slechts een jaar. De laatste optie was een schenking: het huis kopen op naam van mijn moeder. Dat vergt echter een rotsvast vertrouwen in de familie, en zoals jullie uit mijn vorige verhalen wel aanvoelen, is die vertrouwensband nog volop in aanbouw.

Trouwen met een Indonesische partner is een andere optie. Kandidaten genoeg, maar voor mij is dat nog veel te vroeg. Bovendien is mijn toekomst hier onzeker; mijn werkcontract duurt slechts een jaar. De laatste optie was een schenking: het huis kopen op naam van mijn moeder. Dat vergt echter een rotsvast vertrouwen in de familie, en zoals jullie uit mijn vorige verhalen wel aanvoelen, is die vertrouwensband nog volop in aanbouw.

Van krot naar kans

Het huidige huis van mijn moeder is een bouwval. Geen golfplaten krot zoals in de achterwijken van Jakarta, maar wel een plek waar het bij elke regenbui binnen net zo hard regent als buiten. Omdat het huis op het laagste punt van de kampung staat, stroomt al het water — inclusief rioolwater — bij zware regenval haar kant op.

Bovendien is de woonsituatie verre van ideaal. Mijn moeder deelt het ouderlijk huis met haar twee zussen en diverse neven en nichten. Die inwonende familieleden betalen geen huur, maar zorgen wel voor constante onderhuidse spanningen. Het huis opknappen was geen optie; dat zou even duur zijn als nieuwbouw. En omdat er geen eigendomsakte is, zou elke investering automatisch bezit worden van de hele familie. Een ander huis zoeken was dus de enige logische weg.

De McDonald’s-filosoof

Mijn oog viel op het ‘Witte Huis’ aan de overkant. Het is een groot pand met twee verdiepingen, een balkon en — cruciaal — het staat hoog genoeg om droog te blijven bij overstromingen. De prijs was aantrekkelijk: ik kon het voor minder dan 9.000 euro kopen.

De deal was bijna rond, totdat ik in een McDonald’s in Jakarta een wijze oude man ontmoette. We raakten aan de praat bij de digitale bestelzuilen (beiden kregen we die apparaten niet onder controle). Toen ik hem vertelde over mijn plan om een huis aan mijn moeder te schenken, gaf hij direct tegengas. “Zet nooit een huis op andermans naam,” waarschuwde hij. Zodra mijn naam niet op de akte staat, kunnen andere familieleden na het overlijden van mijn moeder het huis opeisen en weigeren te vertrekken.

Hij had gelijk. Ik zag het al gebeuren bij het oude huis. Na vier kipnuggets hakte ik de knoop door: ik zag af van de koop en koos voor een huurconstructie van 750 euro per jaar.

Blootvoets klussen en termieten

De verbouwing was een avontuur op zich. De eerste aannemer, een ‘vriend van de familie’, werkte op blote voeten en met een botte zaag. Hoewel hij sympathiek was, bleek hij niet opgewassen tegen deze klus. Hij bestelde te weinig materiaal en kwam zijn planning niet na. Na twee weken en een verlies van 500 euro moest ik hem helaas ontslaan.

De tweede aannemer was een schot in de roos. Met enkel een hamer en een scherpe zaag kreeg hij het huis binnen een maand bewoonbaar. Wat we hebben gedaan?

  • Nieuwe waterleidingen en een druktank op het dak voor stromend water.
  • Plafonds en verrotte vloerdelen vervangen.
  • Kozijnen vernieuwd die volledig door termieten waren uitgehold.
  • De keuken voorzien van een fatsoenlijke gootsteen en afvoer.
  • Alle onveilige elektra en stopcontacten vervangen.

In totaal kostte deze renovatie me minder dan 1.000 euro. Een schijntje voor een veilig en droog huis.

Cultuurverschillen in schoonmaak

De grootste uitdaging bleek de schoonmaak. Mijn moeder en haar familie zijn gewend om ‘om de troep heen’ te leven. Zolang de vloer waar ze op zitten schoon lijkt, storen ze zich niet aan schimmel op de muren of aangekoekt vuil. Ik gaf mijn moeder 100.000 rupiah voor schoonmaakmiddelen, maar bij terugkomst uit Singapore bleken die waarschijnlijk aan snacks te zijn uitgegeven; de schimmel zat er nog steeds.

Toch kwam ik tot een besef: als zij gelukkig is in dit huis en zich niet stoort aan de imperfecties, wie ben ik dan om dat te pushen? Sindsdien laat ik het los en zie ik hoe ze het huis op haar eigen manier inricht.

Inmiddels zie ik prachtige details veranderen. De roestige spijkers zijn uit de muren, er hangen (iets te roze) gordijnen en ze verzamelt overal stekjes om het huis op te vrolijken met planten.

Voor mijn moeder is het leven een stuk makkelijker geworden. Ze heeft nu een wasmachine en een nieuwe tv voor haar favoriete soapseries. En voor mij? Ik heb eindelijk tuinstoelen gekocht, zodat ik met mijn stugge westerse motoriek niet meer op de grond hoef te zitten.

De doelstelling voor 2023 is gehaald. Voor 2024 droom ik verder: een logeerkamer, een kamer voor mijn zus en eindelijk een boiler voor een warme douche.