Familie en de kunst van het ‘etiketten plakken’

In een vorig verhaal beschreef ik Rangkasbitung, de woonplaats van mijn familie. Dit verhaal gaat over de mensen die er wonen. Degenen die mij kennen, zullen beamen dat familiecontacten onderhouden niet echt mijn ding is; mijn sociale voelsprieten zijn waarschijnlijk ergens bij de douane afgebroken toen ik als baby uit Indonesië vertrok. Maar uit pure verveling — veel anders is er niet te doen in Rangkasbitung — ben ik me gaan verdiepen in de rangen en standen van de familie. De dynamiek die ik aantrof, is misschien wel heel herkenbaar voor wie Indonesische roots heeft.

Soendanezen vs. Javanen

Laten we beginnen met de nodige etiketten. Sociodemografisch gezien behoort mijn familie tot de rurale middenklasse. Mijn opa en veel ooms en tantes werkten als ambtenaar, wat hen veel aanzien gaf in de buurt. Een tweede belangrijk etiket: de familie is Soendanees. Deze bevolkingsgroep leeft voornamelijk in West-Java. Hoewel Javanen en Soendanezen hetzelfde eiland delen, verschillen hun taal en cultuur wezenlijk.

Antropologische studies leggen die verschillen haarfijn uit, maar het is veel leuker om het de mensen zelf te vragen. Er ontstaat dan een beeld vol grappige stereotypen, waarbij vooral het karakter van de vrouw als spiegel dient. Soendanese vrouwen worden vaak gezien als de mooiste van het eiland, maar dat heeft een prijs: ze zouden gefixeerd zijn op hun uiterlijk en daar al hun geld aan uitgeven. Volgens mijn Javaanse vrienden zijn ze dominant, uitbundig en dramatisch — perfect voor een carrière als artiest, maar minder handig in het huishouden. De Javaanse vrouw is volgens datzelfde stereotype juist bescheiden, serieus en loyaal aan haar man. Soendanezen vinden de Javaanse vrouw op hun beurt weer afstandelijk en afwachtend.

Mannen, humor en ambities

En de mannen? Soendanezen vinden Javanen vaak te serieus en humorloos. Ze worden soms als hooghartig gezien, omdat ze koketteren met hun ‘verheven’ cultuur. Een serieuzer punt van kritiek is dat Javanen vaak voorrang krijgen bij leidinggevende functies. Soendanese mannen worden daarentegen soms als onvolwassen en weinig ambitieus bestempeld. Ze zouden een opportunistische kijk op geld hebben: als er geld is, moet het direct op aan vishengels, drones of horloges. De positieve kant is dat Soendanese mannen vaak bijzonder creatief en muzikaal zijn; ze vinden altijd wel een praktische workaround voor een probleem.

Als buitenstaander ervaar ik die verschillen minder sterk, mede omdat ik de taal niet spreek. In een stad als Rangkasbitung zijn er bovendien veel gemengde huwelijken. Door internet en mobiele telefoons lijkt de wereld kleiner te worden en vervagen de grenzen. De enige gemeenschappelijke deler onder bijna iedereen die ik sprak? Een gedeelde antipathie jegens de Chinese bevolkingsgroep.

De dynamiek in huis

Na een jaar met mijn familie te hebben doorgebracht, moet ik toegeven dat sommige vooroordelen over Soendanezen wel kloppen. In mijn familie heeft de vrouw het voor het zeggen. De mannen houden zich op de achtergrond en komen pas in beweging als er iets zwaars getild moet worden. Tussen de gebeden door bepalen de vrouwen het tempo en de regie van het dagelijks leven.

De ‘Bonusfamilie’ en de waarheid

Wie die familieleden precies zijn, is soms een puzzel. In Indonesië worden verhalen uit schaamte of angst voor gezichtsverlies zelden compleet verteld. Waar ik in Nederland open ben over mijn scheiding, ligt dat hier anders. Connecties achterhalen is puur speurwerk. Zo bleek een oom geen één, maar drie vrouwen te hebben, en bleek een tante geen weduwe, maar een ’tweede vrouw’ die slechts af en toe aandacht krijgt.

Ik ben gestopt met zoeken naar de absolute waarheid; ik waardeer mensen nu gewoon om wie ze zijn. Een groot deel van de familie zie ik als ‘bonus’: paragrafen in een boek dat ik vluchtig doorblader als de wifi niet werkt.

Koffie bij ‘Upnormal’

Ik schrijf dit in koffiebar “Upnormal” in Menteng, Jakarta. Een gezellige plek vol planten en vintage prullaria. De barista was hier zo trots op de cortado die hij voor me maakte, dat hij zijn collega erbij riep om te pronken met het schuimlaagje. Terwijl ik geniet van mijn cireng (gefrituurd cassavemeel met pittige sambal), denk ik terug aan de stamboom die ik heb gemaakt.

Mijn opa, M. Zen Nuriman, verhuisde vijftig jaar geleden naar Rangkasbitung om politiehoofd te worden. Mijn oma, Kuraesin, was een populaire en welbespraakte vrouw die tot haar dood in 2012 voor het gezin zorgde. Mijn moeder heeft zes broers en drie zussen, wat voor mij resulteert in maar liefst 31 neefjes en nichtjes.

Tantes en intriges

Mijn moeder woonde tot voor kort met haar zussen Iyus en Ade in het ouderlijk huis. Tante Ade is een mystieke verschijning; tenger, bleek en met een stem die op wolkjes lijkt te zweven. Tante Iyus is van een heel ander kaliber: zij is de spil in vele familie-intriges. Hoewel ze beweerde weduwe te zijn, bleek haar man gewoon ergens anders te wonen met een andere vrouw. Haar zoon Ridwan en zijn vrouw Sela zorgen voor de nodige spanningen door de winkel van mijn moeder te beconcurreren, ondanks alle hulp die ik heb geboden.

Gelukkig heeft mijn moeder nu haar eigen plek waar ze de deur op slot kan doen. De staat van het ouderlijk huis is overigens erbarmelijk; de gevel hangt vol met tropische planten om het verval te maskeren. Onlangs is de steunbalk zelfs bezweken onder het gewicht van al dat groen.

Reflectie

Mijn terugkeer in de familie heeft mijn moeders status hopelijk wat verbeterd. Als alleenstaande vrouw zonder man had ze altijd een lagere rang, en er werd flink op haar ingepraat om geld van mij los te krijgen. Nu woont ze comfortabel en is ze van alle gemakken voorzien.

Mijn rol in deze familie? Lange tijd was ik de ‘lopende pinautomaat’ waarvan ze de pincode steeds kwijt waren. Nu er duidelijke regels zijn over financiële steun, is dat gelukkig veranderd. Ik ben geen familieman, niet in Nederland en niet in Indonesië. Het bezoeken van familie voelt soms plichtmatig, en ik gebruik de chaos van Jakarta graag als excuus om een bezoekje uit te stellen.

Toch blijft het een boeiende ontdekkingstocht. In mijn volgende verhaal probeer ik antwoord te vinden op die ene grote vraag: wie is mijn vader?