Het regent in Jakarta, en niet zo’n beetje ook. Bij het GBK-stadion dansen kinderen in de stromende regen, hun dunne kleding al lang veranderd in een zware, kletsnatte tweede huid. Voor even lijken ze vergeten dat ze hier staan met een missie: automobilisten bij het stoplicht een paar duizend rupiah aftroggelen. Op een goede dag bedelen ze een euro of vijf bij elkaar, een bedrag dat direct moet worden afgedragen aan hun familie. Althans, dat is de officiële lezing; ik heb me laten vertellen dat er vaak georganiseerde bendes achter dit soort praktijken zitten. Ik kijk naar hun ongepolijste plezier terwijl ze door de plassen rennen en vraag me af: zouden zij, net als ik in mijn door targets gedicteerde consultancy-wereld, ook een budget hebben dat ze moeten halen?

Vandaag denk ik van niet. Ze dansen simpelweg de glimmende auto’s tegemoet die afkomstig van Plaza Senayan of Senayan City, twee shoppingmalls waar de wereld buiten de airco niet lijkt te bestaan. Ik zit zelf vaak in zo’n auto, veilig achter geblindeerd glas. Het is een ongemakkelijke positie die knaagt. Uit een soort misplaatst schuldgevoel ben ik er een paar keer bewust onder schooltijd langsgereden, een zelfopgelegde inspectie om te zien of ze er weer stonden. Mijn geweten had geluk: de straat was leeg. Met een gerustgesteld hart concludeerde ik dat ze wel in de schoolbanken moesten zitten in plaats van te zwerven op het asfalt. Een fijne gedachte, natuurlijk, maar diep van binnen weet ik dat het puur toeval kan zijn.

Toch gaat dit artikel niet over die kinderen, maar over de mensen in die auto’s. Onder hen bevindt zich de groeiende klasse van de nieuwe rijken in Jakarta. Het lijken er veel, maar statistisch gezien vormen zij een kleine minderheid. De absolute toplaag verplaatst zich in Bentleys, Rolls-Royces, Lamborghini’s en Ferrari’s; de iets minder bedeelden rijden in Mercedessen of BMW’s. Desnoods in een Toyota Land Cruiser of een Toyota Alphard met chauffeur. Nu is er al veel over deze groep geschreven en zijn er talloze films over hen gemaakt. Toch wil ik graag mijn persoonlijke ervaringen delen met deze bijzondere categorie mensen. Het is aan jullie om te oordelen of ik inmiddels zelf deel uitmaak van deze groep, of ik er, net als vele anderen, met veel pijn en moeite bij probeer te horen, of dat ik totaal niet aan de criteria voldoe. Vel je oordeel na het lezen van dit artikel en laat het weten in de comments.

Mijn bron van informatie is de directe omgang met, en de verhalen en levensopvattingen van, welgestelde Indonesische dochters met wie ik in een ver verleden en meer recentelijk een relatie heb gehad. Ik wil daarbij benadrukken dat de eerste generatie ouders van deze dochters vaak hardwerkende mensen waren die oprecht het beste met hun kroost voorhadden. Echter, door een gebrek aan referentiekader wisten zij niet precies hoe ze hun kinderen moesten leren omgaan met deze plotselinge overvloed. Mijn relaas focust zich daarom vooral op de zogenaamde airco-bubbel waarin hun kinderen inmiddels verkeren.

Omdat ik er nu eenmaal gek op ben, volgt hier een korte duik in de Indonesische geschiedenis voor de nodige context; zo heb ik toch nog wat aan die studie Talen en Culturen van Zuidoost-Azië gehad. Toen president Soeharto in de jaren zestig aan de macht kwam, werd elke vorm van institutioneel socialisme letterlijk met wortel en tak uitgeroeid. Dit was geen zachte hervorming, maar een gewelddadige zuivering , in de periode 1965-1966,  waarbij honderdduizenden (vermoedelijke) communisten en linkse sympathisanten werden vermoord. De politieke ruimte voor sociale rechtvaardigheid werd daarmee bruut dichtgemetseld en vervangen door een kille focus op kapitaal.

Zijn visie op de economische wederopbouw vond haar oorsprong bij de ‘Berkeley-maffia’. Deze technocraten moesten de puinhopen opruimen van het tijdperk-Soekarno. Soekarno was de ultieme politieke koordanser; hij probeerde jarenlang een onmogelijke balans te vinden tussen de machtige communisten (PKI), het conservatieve leger en de religieuze krachten in het land. Terwijl hij op dat slappe koord balanceerde met vlammende retoriek over nationalisme, stortte de economie in door hyperinflatie en isolatie. Waar Soekarno droomde van ideologische eenheid, kozen Soeharto en zijn economen voor de harde realiteit van de vrije markt. Zo werd de Indonesische economie gestut en geopend naar internationale kapitaalstromen, maar de prijs voor die stabiliteit was een systeem waarin de menselijke maat volledig werd opgeofferd aan de groeicijfers.

Deze koers kende echter een schaduwzijde. Het beleid voedde crony capitalism, vriendjespolitiek en corruptie, waardoor de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter werd. Hun technocratische aanpak werd ervaren als kil, sociaal schraal en sterk afhankelijk van buitenlandse belangen. De nadruk op investeringen en open markten transformeerde Jakarta tot een centrum van internationale handel en financiën. Luxe en consumptie werden gestimuleerd en zijn vandaag de dag tastbaar in de shoppingmalls, die als kathedralen van welvaart het stadsbeeld domineren.

Ergens tussen de glanzende malls van Jakarta loopt Dewi. Dat is niet haar echte naam, ik kijk wel uit; het is eerder een verzamelnaam voor de dochters van de nouveau riche die ik heb mogen ontmoeten. Dewi herken je niet aan één ding, maar aan het totaalplaatje: een mix van designer-glamour en tropische gezelligheid, gecombineerd met een chagrijnige kop terwijl ze aan een vape lurkt. Ze lacht alleen voor de foto op Instagram. Vandaag draagt ze een Chanel-tas, morgen een zeldzame groene Goyard, helemaal zelf gekocht in New York. Haar LV-periode is ze inmiddels ontgroeid. Die tassen staan stof te vangen in haar uitpuilende, pretentieuze inloopkast, afgekeken van Crazy Rich Asians.

Haar pols wisselt dagelijks van een Tag Heuer naar een opzichtige roze Rolex Datejust of een Cartier. Die laatste is op afbetaling gekocht met een creditcard en nog lang niet afgelost. Haar levensdoel lijkt overzichtelijk: sparen voor een Richard Mille — het type maakt niet eens zoveel uit — en het bezitten van elke denkbare kleur van de Chanel-tas die ze vandaag draagt. Dewi resideert in een appartement in Pondok Indah, strategisch dicht bij haar ouders. Zo staat ze altijd paraat voor “familiemomenten”, wat in de praktijk meestal betekent dat ze direct beschikbaar is wanneer ze extra geld nodig heeft van pappie of mammie. Begrijp me niet verkeerd: op papier heeft Dewi een gewichtige functie in het bedrijf van haar vader als Marketing Director. In de realiteit bestaat deze rol vooral uit het delegeren van taken aan een leger onderbetaalde assistenten, terwijl zijzelf de rest van de middag vult met het cureren van haar eigen imago. Haar bureau is een steriel decorstuk waar zelden een besluit wordt genomen dat niet over de kleur van een logo of de filter van een Instagram-post gaat. Het is een vorm van bezigheidstherapie op topniveau; een baan waarbij de belangrijkste kwalificatie haar achternaam is en haar voornaamste prestatie het tijdig verschijnen bij de gezamenlijke lunch. Andere Dewi’s uit haar sociale kring bekleden soortgelijke, schimmige functies als Senior PR-consultant of doen ‘iets’ vaags met vastgoed. In de praktijk betekent dit vaak dat ze hun eigen sociale leven managen onder de vlag van een consultancybureau, waarbij de grens tussen een zakelijke lunch en een middagje shoppen in een mall volledig is vervaagd.

De echt slimme en getalenteerde Dewi’s vliegen de Indonesische apathie wel uit. Zij bekleden functies bij prestigieuze internationale bedrijven en wonen in finance-hubs zoals Singapore, Londen of New York . Maar hoe getalenteerd ze ook mogen zijn, en hoe hard ze ook roepen dat ze het op eigen kracht hebben gered, de realiteit is vaak minder romantisch: velen van hen zijn wat we tegenwoordig ‘nepo-babies’ noemen. Het is een veelgebruikte term voor kinderen die hun carrière danken aan de kruiwagen van hun ouders. Dat de huidige machthebbers in Jakarta dit mechanisme van de ‘nepo-baby’ tot kunstvorm hebben verheven, is een publiek geheim. De huidige vicepresident is daarvan misschien wel het meest duidelijke voorbeeld: een bliksemcarrière die alleen mogelijk was door de weg die zijn vader voor hem plaveide. Het bevestigt een systeem waarin de hoogste functies niet worden verdiend op basis van een sterke visie, maar worden overgedragen als een soort familie-erfstuk. Zelfs de huidige president past naadloos in dit plaatje. Zijn vader, Sumitro, speelde hierin een sleutelrol; hij was immers de man die als een soort peetvader zijn studenten naar Berkeley stuurde om de economische blauwdruk van het land te hertekenen.

Kennis van de Indonesische geschiedenis die ik zojuist heb opgerakeld? Die heeft ze simpelweg niet. Dewi verbergt haar intellectuele leegte met online bestelde literatuur, die enkel dient als decorstuk in haar keurig uitgestalde boekenkast. Altijd wanneer ze weer een zogenaamde ‘levensbeslissing’ heeft genomen, post ze foto’s van zichzelf terwijl ze peinzend poseert voor die kast. Het is een zorgvuldig geregisseerd plaatje voor Instagram.

Ook van spirituele diepgang is geen sprake: waar de meeste Indonesiërs een pelgrimstocht naar Mekka als hun ultieme levensdoel zien, is zij al twee keer op Umroh geweest . De eerste keer was nadat ze gedumpt was door haar rijke ex-vriendje, in een poging haar leven weer op de rit te krijgen en spirituele inzichten te krijgen hoe nu verder. De tweede keer was simpelweg omdat het goed stond op haar Instagram-feed. Op de terugweg uit Mekka kochtt ze taxfree flessen Johnnie Walker en Chivas Regal. Terwijl de flessen in haar tas rinkelen bij de douane, reageert ze geërgerd wanneer haar Celine-ceintuur van 250 euro af moet bij de controle. Het poortje maakt immers geen onderscheid tussen arm en rijk; daar is iedereen even gelijk.

Haar carrière moet vanzelfsprekend de meest indrukwekkende zijn, maar de werkelijke kwalificaties ontbreken . Ze had simpelweg het geduld niet om die studie in Singapore af te ronden . Daarom bedenkt ze dat een huwelijk met een vermogende man een effectievere route naar succes is. Omdat de voorraad rijke Indonesische mannen schaars is en de kwaliteit vaak te wensen overlaat, waarschijnlijk omdat het zelf ook allemaal nepo-babies zijn die nooit voor hun geld hebben hoeven vechten,richt ze haar pijlen op Europa.

Het is altijd haar droom geweest om daarheen te vertrekken. Voor haar toekomstige kinderen, die ze al voor zich ziet als prachtige halfbloedjes met een gewilde bleke huid, wil ze geen enkele confrontatie met de Indonesische armoede. Desnoods wijkt ze uit naar Bali, zolang de luxe façade maar onaangetast blijft . Deze kinderen móeten naar internationale scholen, zodat ze louter Engels spreken en zich direct onderscheiden van de “gewone” Indonesische kinderen op straat. Voor hun latere studie is het buitenland de enige acceptabele optie. Singapore ligt geografisch het dichtstbij, maar de “loser-cultuur” van de massa in Indonesië moet koste wat kost worden vermeden. Het vinden van een Europese partner begint voor Dewi inmiddels een race tegen de klok te worden. Ze is immers 38, en in de genadeloze hiërarchie van de Jakartaanse jetset wordt ze er niet jonger op. De jaren beginnen bovendien harder te tellen door haar excessieve levensstijl; de nachten in de clubs, de constante stroom alcohol en het gebruik van andere chemische substanties laten hun sporen na, hoe dik de laag make-up ook is.

Dewi’s vriendenkring bestaat uit louter gelijkgestemde, rijke zielen die elkaar opzoeken in de meest exclusieve clubs van de stad. Daar vloeit de champagne rijkelijk en worden de tafels volgezet met cocktails en luxe hapjes, die vaak onaangeroerd blijven staan zodra de volgende afleiding zich aandient . Hun nachten zijn een aaneenschakeling van karaoke en clubbezoeken, waarbij ze er nauwlettend op toezien dat ze zich altijd in de nabijheid van vermogende expats bevinden. Want met die mensen hebben ze meer raakvlak dan de gewone Indonesier. In deze gesloten sociale kring blijkt de tol van de overvloed echter genadeloos hoog . Vrijwel iedereen in haar groep kent wel een broer of zus die de grip op de realiteit volledig is kwijtgeraakt, of heeft zelf geworsteld met een verslaving aan de middelen die door een combinatie van rijkdom en verveling constant voorhanden zijn. Dewi verloor zelf een dierbare aan een overdosis, maar paradoxaal genoeg fungeert die tragedie binnen haar wereld eerder als een duistere fascinatie dan als een noodzakelijke waarschuwing .

Het weerhoudt haar er niet van om elk jaar trouw haar tickets naar Tomorrowland in België te boeken. Daar kan ze eindelijk vrijuit gebruiken; tussen de dreunende beats en de pillen vindt ze de vluchtroute waar ze in haar zogenaamd ‘zware’ bestaan zo naar snakt. Drugs zijn in haar wereld een bron van prestige geworden; bijna met trots worden er anekdotes opgelepeld over wat ze hebben geconsumeerd en hoe ver ze zijn gegaan, alsof de mate van zelfdestructie de ultieme graadmeter is voor hun status.

Ondertussen viert de afgunst binnen die vriendenkring hoogtij. Wat vooral opvalt, is hoe diep die onderlinge jaloezie geworteld is: heeft de een een nieuwe designer-tas, dan verschijnt er de week erop gegarandeerd een nog exclusievere versie bij een vriendin . Hetzelfde geldt voor auto’s en zelfs voor de accessoires van hun schoothondjes. Iedereen probeert elkaar voortdurend te overtreffen, ook al kost het hun laatste cent. Niet alle ouders zijn immers bereid om onbeperkt bij te springen in deze bodemloze put van consumptiedrift .Dewi’s wereld is er één van glans en schaduw: designer tassen die elkaar in waarde moeten overtreffen, horloges die dagelijks wisselen van merk, vriendenkringen waarin afgunst en excessen de maat slaan. Achter de façade van glamour schuilt een leegte die wordt gevuld met consumptie, status en vluchtige kicks.

Terwijl ik Dewi in mijn hoofd fileer om haar oppervlakkigheid en haar creditcard-spirituality, bestel ik zelf een havermelk-latte van zeven euro in een mall die gebouwd is op de restanten van een weggesaneerde kampung. Ik ben namelijk geen haar beter. Ik ben de kritische toeschouwer die profiteert van precies diezelfde structuren die ik in mijn blogs verafschuw. Mijn Singaporese salaris is de brandstof voor de bubbel waarin ik beweer niet te willen leven.Ik kijk naar de kinderen bij het GBK-stadion en voel een morele superioriteit omdat ik ’tenminste nog naar ze kijk’. Maar laten we eerlijk zijn: ik draai het raampje niet naar beneden. Ik kies voor de gekoelde stilte. Ik heb de luxe van een Europees paspoort en een westers geweten dat ik naar believen aan en uit kan zetten. Waar Dewi haar leegte vult met een nieuwe Chanel-tas, vul ik de mijne met de pretentie van intellectuele diepgang en maatschappijkritiek. We gebruiken beiden een ander filter, maar de selfie is hetzelfde.

Stil socialisme

Juist door die harde confrontatie met mijn eigen afkomst móet ik een andere weg kiezen: een bestaan dat zoveel mogelijk is ontdaan van bezit, afgunst en de destructieve drift tot consumptie. Ik gebruik het voorbeeld van Dewi als mijn morele kompas in omgekeerde richting; zij is de inspiratie voor alles wat ik absoluut niet wil zijn. Waar haar wereld uitsluitend draait om het etaleren van rijkdom, vind ik mijn voldoening in de tegenovergestelde richting: door het geld dat ik verdien te delen en anderen, zoals mijn moeder, die in alles de antithese van een Dewi is, een menswaardiger bestaan te schenken.

Ik wil hier in Indonesië blijven zoeken naar manieren om niet alleen gaten in daken te dichten, maar om daadwerkelijk een verschil te maken voor de mensen om me heen. Maar ik blijf op mijn hoede: jezelf hier ‘socialistisch’ noemen is nog altijd een gevaarlijk taboe, een giftige erfenis van een geschiedenis waarin de roep om gelijkheid met de dood werd bekocht.

Het verhaal van Dewi is geen fictie; het is de ijzingwekkende realiteit van een klasse die zich heeft opgesloten in een airco-bubbel, terwijl de rest van het land buiten in de regen staat. Mijn observaties houden hier echter niet op. Er volgt binnenkort een part deux, waarin we zien wat er gebeurt wanneer Dewi trouwt met een Nederlandse man en haar luxe façade verhuist naar de nuchtere klei van de polder.

Bronnen

https://www.asia-pacific-solidarity.net/news/2025-07-08/beyond-berkeley-mafia.html? https://fity.club/lists/j/jakarta-neighborhoods/