In mijn vorige blog konden jullie lezen over de belangrijkste motieven om naar Indonesië te gaan: ik wil graag mijn familie aan een beter leven helpen. Maar op grote afstand voelde ik mij onmachtig. Er zijn nog meer redenen waarom ik als geadopteerde Nederlander terug naar Indonesië wilde. Voor ik daarin duik, ik schrijf dit vanuit koffietent Bukan Ruang in Kemang, en dat verdient even een toelichting.
Werken voor anderhalve euro
Bukan Ruang is een schattig café met goede koffie. Perfect ingericht om te werken. Om de twee meter zit een stopcontact in de muur en de tafels en stoelen zijn ergonomisch. Het zit vol met andere ’thuiswerkers’, maar toch is het rustig. Een kopje koffie kost gemiddeld 26.000 rupiah, dat is ongeveer 1,60 naar boven afgerond. Een bordje nasi goreng heb je al voor 3 euro en een kommetje bakso voor 2 euro. Zou je hier de hele dag willen doorbrengen dan ben je met alle versnaperingen zo’n 12 euro kwijt. Prima te doen dus toch? Voor anderhalve euro zit ik hier te werken alsof ik nooit weg ben geweest. Maar of ik er ook echt thuis ben, dat is een andere vraag.
Waar voel ik me thuis? Ik nen nog zoekende.
Tot nu toe leef ik hier een geweldig leven. Ik heb een Nederlands salaris maar Indonesische kosten. Om eerlijk te zijn: het is altijd een droom geweest om ooit terug te gaan. Veel van mijn leven draait om Indonesië. Mijn eerste spreekbeurt op school ging erover. Ik heb Indonesisch gestudeerd in Leiden. De moeder van mijn dochter is er ook geboren. En toch, dit alles om antwoord te krijgen op die oh zo bekende vraag die leeft bij zoveel geadopteerde Indonesiërs die terugkeren naar hun geboorteland: waar voel ik me nu echt thuis? Ik ben opgegroeid in een Nederlands dorp en heb me daar altijd als een vreemde gevoeld. Dat gevoel is nooit helemaal weggegaan. Ik laat het even zo staan.
Voordat je springt: de saaie maar noodzakelijke checklist
Maar droom of niet, zonder de financiële basis had ik deze stap nooit durven zetten. Het jaar 2022 bood de perfecte timing om de stap naar Indonesië als geadopteerde écht te wagen. Mijn carrière zat in een geweldige flow, waardoor ik een baan kon accepteren in Singapore. Met een beetje onderhandelen kreeg ik het voor elkaar om in Indonesië te wonen en in Singapore te werken. Dankzij de coronaperiode was thuiswerken volkomen acceptabel geworden. De enige voorwaarde was dat ik ongeveer in dezelfde tijdzone zit als mijn klanten. Het allerbelangrijkste was de zegen van mijn familie in Nederland en vooral die van mijn dochter (16); zonder haar begrip en nadrukkelijke toestemming was ik niet gegaan. Uiteraard moest ik de belofte doen dat ze me zoveel mogelijk kon opzoeken.
Het klinkt als een sprong in het diepe. Dat was het misschien ook. Maar ik ben niet gesprongen zonder eerst te kijken hoe diep het water was. Een goede baan met een constant inkomen vond ik een absolute vereiste. Een andere eis was dat ik genoeg spaargeld had om financiële risico’s te dragen, inclusief een buffer om terug te kunnen keren naar Nederland.
Het is belangrijk dat je via werk een werkvergunning regelt (KITAS), zodat je zonder zorgen langer dan 30 dagen kunt verblijven. Als zzp’er is dat behoorlijk lastig. Het vinden van opdrachten zonder Indonesisch te spreken is een grote uitdaging, en het gemiddelde uurloon ligt een stuk lager. Ga je toch: zorg dat je bewust bent van de financiële gevolgen. Vertrek zonder schulden en alleen met je eigen geld. Probeer van niemand afhankelijk te zijn.
Aan niemand geld hoeven vragen voor mijn vliegreis, dat voelde belangrijk. Als ik geen goed overzicht had gehad van alle financiële gevolgen, was ik niet gegaan. Wat gebeurt er met je pensioen, je verzekeringen en al die andere financiële rompslomp? Zorg dat je dat voor 100% kunt doorgronden voordat je vertrekt.
Één koffer. Dat was het.
Mijn grote voordeel, dat mag meer een geluk bij een ongeluk genoemd worden, was dat ik niet veel materiële bezittingen had waar ik waarde aan hechtte. Geen eigen huis, geen dure spullen, geen auto. In totaal verhuisde ik met één koffer en één backpack. Spullen met emotionele waarde, zoals fotoalbums, liet ik bij mijn Nederlandse ouders achter.
Over een periode van 20 jaar ben ik regelmatig teruggegaan. Daardoor heb ik veel van de cultuurverschillen leren begrijpen en geleerd ermee om te gaan. Maar dat was natuurlijk vooral door de bril van vakantieganger.
Nederigheid als overlevingsstrategie: je bent geen ‘betere’ Indonesiër
Voor mij was het op mentaal gebied echt mouwen opstropen. Met ‘Geduld 2.0’ als motto. Want het allerbelangrijkst als je als geadopteerde terugkeert naar Indonesië: je bent geen verbeterde versie van een Indonesiër, ook al dacht je dat misschien even. Je bent bevoorrecht, maar dat geeft je niet het recht om het beter te weten. Ik moet toegeven dat ik het hier soms behoorlijk lastig mee heb gehad. Je denkt dat je met je ‘Westerse’ inzicht sneller problemen de baas bent. Maar ga er maar aan staan bij een temperatuur van 38 graden Celsius.
Ik probeer te kopiëren hoe mensen hier met alles omgaan, gewoon lachen en doorgaan. Of ze het menen weet ik niet. Ik weet alleen dat ik er nog lang niet ben.
Ik heb moeten toegeven dat er onoverbrugbare cultuurverschillen zijn. Ook al wil je dat heel graag, je zal nooit echt een Indonesiër worden. Voor mij is dat soms wrang. Op mijn leeftijd (44 jaar) kan ik niet meer wennen aan de hele dag op de vloer zitten, laat staan er op te slapen. Kleine dingen. Maar ze tellen op.
Soendanees leer je niet in een jaar. Of tien
Indonesisch leren lukt het best door het te spreken, maar op werk praat ik alleen maar Engels. Mijn familie spreekt Bahasa, maar vooral Soendanees, dat is geen accent, maar echt een aparte taal, zoals ook het Javaans. Het zijn complexe talen. Elke taal kent meerdere subtalen, bestemd voor verschillende sociale klassen. Bahasa is alleen ingevoerd als universele taal voor Indonesië, zoals Engels dat een beetje voor Europa is. Het is een illusie om Soendanees snel onder de knie te krijgen. Dat weet ik nu. Twee jaar te laat
Ja zeggen als je nee bedoelt, ik ben er nog niet uit
Als Nederlander ben je gewend een direct en eerlijk antwoord te geven. In Indonesië zeg je bijna overal ja op, en in heftige gevallen: nog niet. Ik herinner me een moment waarop ik aan een familielid vroeg of iets geregeld was. Ja, zei hij. Drie dagen later bleek er niets geregeld. Geen onwil, gewoon een andere manier van communiceren. Ja betekent hier soms: ik wil je niet teleurstellen. Krijg dat er maar uit bij jezelf als Nederlander. Die omslag heb ik nog niet kunnen maken. Al kan ik van mezelf al bijzonder vaag zijn.
Zo ver ben ik
Als geadopteerde Nederlander die terugkeert naar Indonesië krijg je met een beetje kunst en vliegwerk de meeste praktische dingen wel voor elkaar, ook zonder vloeiend Indonesisch. Voor veel expats wordt alles door het bedrijf geregeld. Ik wil echter alles zoveel mogelijk zelf regelen. Nooit te oud om te leren, dat blijf ik geloven.
Ik hoop dat ik in het komende jaar echt vorderingen zal maken. Dat kunnen jullie hier lezen. Laat gerust een reactie achter, hoe zou jij het aanpakken?
Maar als je het hebt over een volledige her,synchronisatie met de innerlijke pinda in mijzelf: ik denk dat ik niet verder kom dan 30%.

